Het bedrag van het persoonsgebonden budget is gelijk aan de kosten voor de goedkoopst compenserende voorziening, vermeerderd met eventuele instandhoudingskosten. Voor het bepalen van de goedkoopst compenserende zal een offerte opgevraagd worden bij de vaste leveranciers die de uitvoeringsorganisatie ook bij verstrekking in natura inschakelt. Indien het een aanpassing betreft waarvoor geen offerte aangevraagd kan worden bij de vaste leveranciers, zullen in ieder geval twee offertes worden aangevraagd bij aannemers. De uitvoeringsorganisatie kan een extra offerte verlangen. Ook kan beoordeling van offertes door de uitvoeringsorganisatie uitbesteed worden aan een extern bouwkundig adviseur, alvorens het bedrag van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld.
Er is uitsluitend sprake van instandhoudingskosten bij elektromechanische aanpassingen, zoals trapliften, elektrische deuropeners, plafondliften, douche-föhninstallaties. Het bedrag voor het persoonsgebonden budget aan instandhoudingskosten wordt gebaseerd op het bedrag dat de uitvoeringsorganisatie kwijt is aan een onderhoudscontract voor de goedkoopst compenserende voorziening. Bij deze voorzieningen dient de belanghebbende een onderhouds-/reparatiecontract af te sluiten.
Na vaststelling wordt het persoonsgebonden budget beschikbaar gesteld aan de budgethouder, zijnde de woningeigenaar. Binnen 3 maanden na toekenning dient de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan de uitvoeringsorganisatie plaats te vinden. De uitvoeringsorganisatie behoudt het recht op een controle in de woning van de belanghebbende.
Het persoonsgebonden budget voor instandhoudingskosten wordt jaarlijks uitbetaald, na ontvangst van een bewijs dat het onderhoudscontract voor de voorziening is verlengd voor het betreffende jaar.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6.1