Naar hoofdinhoud
Het bedrag van het persoonsgebonden budget is gelijk aan de kosten voor de goedkoopst compenserende voorziening, vermeerderd met instandhoudingskosten, indien van toepassing. Voor het bepalen van de goedkoopst compenserende voorziening zal een offerte opgevraagd worden bij de vaste leveranciers die de uitvoeringsorganisatie ook bij verstrekking in natura inschakelt. Er is uitsluitend sprake van instandhoudingskosten bij elektromechanische roerende woonvoorzieningen, zoals tilliften. Het bedrag voor het persoonsgebonden budget aan instandhoudingskosten wordt gebaseerd op het bedrag dat de uitvoeringsorganisatie kwijt is aan een onderhoudscontract voor de goedkoopst compenserende voorziening. Bij elektromechanische roerende woonvoorzieningen dient de belanghebbende een onderhouds-/reparatiecontract af te sluiten. Bij roerende woonvoorzieningen gaat de uitvoeringsorganisatie uit van een afschrijvingsduur van 7 jaar. Dit betekent dat het persoonsgebonden budget wordt toegekend voor een periode van minimaal 7 jaar. Het bedrag wordt beschikbaar gesteld aan de budgethouder. Binnen 3 maanden na toekenning dient de verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan de uitvoeringsorganisatie plaats te vinden. De uitvoeringsorganisatie behoudt het recht op controle van de voorziening. Het persoonsgebonden budget voor instandhoudingskosten wordt jaarlijks uitbetaald, na ontvangst van een bewijs dat het onderhoudscontract voor de voorziening is verlengd voor het betreffende jaar.

Rechtspraak bij dit artikel