Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.4

Maatregelen naar aanleiding van bijtincidenten

Onderdeel van Beleidsregel Bijtincidenten honden

Lichte bijtincidenten Indien er sprake is van een licht bijtincident, dan wordt een waarschuwingsbrief verzonden naar de eigenaar of houder van de hond. De melder van het incident krijgt een afschrift van deze brief. Deze brief is geen besluit in de zin van de Awb, dus staat hiertegen geen bezwaar of beroep open. Een licht bijtincident wordt bij een tweede melding van een licht bijtincident binnen drie jaar opgeschaald naar een ernstig bijtincident. In de waarschuwingsbrief wordt aangegeven dat de gemeente het vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid onacceptabel vindt dat een mens of dier gebeten wordt. Voorts wordt van de eigenaar / houder verwacht dat hij alle maatregelen zal treffen om herhaling van een dergelijk incident te voorkomen. Dit kan bijvoorbeeld door uit voorzorg de hond aan te lijnen en te muilkorven op openbaar gebied. Ernstige bijtincidenten Indien er sprake is van een ernstig bijtincident is het uitgangspunt en daarmee stap 1 dat de burgemeester besluit tot gevaarlijk verklaren van de hond op grond van artikel 2.4.18 APV. De consequentie hiervan is het opleggen van een aanlijn- en/of muilkorfgebod. In beginsel zal een kort-aanlijn- alsmede een muilkorfgebod worden opgelegd. Er zijn echter situaties denkbaar dat alleen een kort- aanlijngebod voldoende is om een herhaling van een bijtincident te voorkomen. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. De eigenaar of houder of verzorger ontvangt een voorgenomen besluit tot gevaarlijkverklaring waarin de aanleiding wordt beschreven en de voorgenomen maatregelen zijn opgenomen. Binnen één week kan een zienswijze naar voren worden gebracht (schriftelijk dan wel mondeling) . Vervolgens wordt een besluit genomen, stap 2, en indien de gevaarlijkverklaring wordt gehandhaafd dient vanaf dat moment de hond aangelijnd te worden en/of een muilkorf te dragen. Bij een ernstig bijtincident kan er ook aanleiding zijn om nader onderzoek te gelasten (gedragstest). Voor de ernstige of herhaalde overtreding hebben we soms ook te maken met direct gerelateerde maatschappelijke onrust binnen een wijk of directe omgeving. Om deze onrust weg te nemen is het soms van belang dat maatregelen worden genomen. Indien daar niet vrijwillig aan meegewerkt wordt door de eigenaar, verzorger of houder van de hond, kan op dat moment ook inbeslagname van de hond aan de orde zijn. De inbeslagname kan plaatsvinden op grond van artikel 172 Gemeentewet. In een dergelijk geval zal als criterium gelden dat door de (dreigende) overtreding de openbare orde zodanig wordt bedreigd of verstoord dat optreden noodzakelijk is. Na inbeslagname en nadat de gedragstest door een gecertificeerde instelling is uitgevoerd, zal vervolgbesluitvorming plaatsvinden. Die vervolgbesluitvorming is afhankelijk van de resultaten van de gedragstest. Dit kan alleen bij grootschalige maatschappelijke onrust. Hierbij dient altijd een afweging op casusniveau plaats te vinden. Een dergelijk besluit kan niet in mandaat worden genomen. Hierbij is belangrijk dat de inbeslaggenomen hond niet buiten de gemeentegrenzen wordt gebracht. Bedreiging of verstoring van de openbare orde kan aan de orde zijn, indien gevoelens van onrust ontstaan in de omgeving waar de hond normaliter verblijft. Dit kan blijken uit de ingewonnen informatie, een bestuurlijke rapportage of uit processen-verbaal van bevindingen. Ook het gedrag van de eigenaar van de hond kan hiertoe aanleiding geven. De eigenaar of houder of verzorger bagatelliseert bijvoorbeeld het incident waardoor een gerechtvaardigde vrees voor herhaling bestaat en uit het dossier blijkt dat het probleem ook niet alleen bij de hond ligt. In een situatie waarbij na inbeslagname zoals aangegeven nader onderzoek gedaan moeten worden om te komen tot vervolgbesluitvorming. Dient dit onderzoek door een gecertificeerde instelling plaats te vinden. Onderzocht moet worden onder welke voorwaarden de hond kan terugkeren, of de hond elders herplaatst moet worden of - in overleg met het OM - geëuthanaseerd moet worden. De kosten die gepaard gaan met de inbeslagname op grond van artikel 172 Gemeentewet kunnen niet op de eigenaar verhaald worden en zijn voor rekening van de gemeente Nijmegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel