We volgen nadrukkelijk de landelijke zonneladder. Ook in Venray kiezen we voor focus op daken, reststroken en invulling van bouwvlakken. Om aan de opgave te voldoen, kunnen we veldopstellingen niet uitsluiten. Als gemeente hebben we gekozen om twee gebieden te onderscheiden: oude en jonge ontginningen. Aanleiding is de ruimtelijke opbouw en schaal. Voor beide gebieden is aangegeven hoeveel we hier maximaal toestaan, in welke periode en wat de schaalgrootte van de zonneparken mag zijn. Elk gebied kent zijn eigen kwaliteit en daaraan koppelen we schaalgroottes, totaal omvang en inpassingcriteria.
Het kader geeft tevens de uitsluitingsgebieden aan zoals NatuurNetwerk Nederland. Grootste uitdaging ligt in het zo min mogelijk belasten van hoogwaardige landbouwgebieden. Venray volgt de landelijke zonneladder en kantelt deze tot een zonnewaaier. Dit leidt tot een ‘meersporenbeleid’, waarbij we gelijktijdig inzetten op zonne-energie op daken, reststroken, bouwvlakken en cultuurgronden. Per spoor koppelen we een bepaalde ontwikkelingsruimte. Bij minder waardevolle gebieden benoemen we de ondergrens van de ontwikkelruimte en bij waardevolle gebieden een bovengrens.
In dit kader zijn er 2 uitgangspunten aan de orde:
Uitgangspunt 2:
In te onderscheiden gebieden staan we ontwikkelingen toe of sluiten ze uit, elk gebied is te beschouwen als een ‘spoor’
We lichten hierna elk spoor toe, maar beginnen eerst met de uitsluitingsgebieden.
Uitsluitingsgebieden: waar kan het niet
Natuurgebieden
Verspreid door de gemeente liggen natuurgebieden met een scala aan labels, zoals delen van het Maasdal, gebieden deel uitmakend van NatuurNetwerk Nederland, de via POL Limburg benoemde goud-, zilver- en bronsgroene gebieden. Deze gebieden hebben een natuurdoel en vormen mede ecologische (verbindings)zones. Realisatie van zonneparken past hier niet in.
Essen
De nu nog zichtbare essen zijn van cultuurhistorisch belang en vormen een belangrijk onderdeel van het landbouwsysteem dat vroeger (en deels nog) gemeengoed was. De bolle ligging als gevolg van het opbrengen van mest en plaggen is nog steeds herkenbaar en zichtbaar. Vanwege de beleving, openheid en afleesbaarheid van de historie van deze gebieden, cultuurhistorische en landschappelijke waarde sluiten we esgronden uit om zonneparken op te realiseren.
Nabij dorpen en wijken
Zonneweides groter dan 5 ha liggen op minimaal 500 meter van de rand van een dorp of wijk, tenzij omwonenden akkoord gaan in geval de zonneweide dichterbij ligt. We gaan uit van een zone van 500 meter rond de bebouwde kom (bron is POL 2006). Industrie- of bedrijventerrein behoeven geen zonering. Voor grafische weergave zie kaart 1 op bladzijde 24. In de evaluatie van dit beleidskader na 2 jaar maken we de balans op of dit uitgangspunt effectief is gebleken.
Uitgangspunt 3:
Per gebied (spoor) stellen van kwantitatieve doelen, limieten en fasering richting 2030
Waar kan het onder voorwaarden wel:
We onderscheiden vijf sporen waar onder voorwaarden mogelijkheden bestaan voor zonne-energie. De sporen van de Venrayse zonneladder zijn:
Zonneladder Venray tot 2030
In % van de opgave
In Tjoule productie
tot 2030
In hectare
Typering
Spoor 1
Daken van bedrijven, kantoren, woningen, woongebouwen en accommodaties
24%
Ca. 240
Min. ca. 60
Spoor 2
Stroken langs snel- en spoorwegen, plassen, oude stortplaatsen, e.d.
8%
Ca. 80
Min. ca. 20
Spoor 3
Bouwvlakgerelateerde zonneparken
16%
Ca. 160
Max. ca. 40
Max. grootte 2 ha
Spoor 4
Oude ontginningen
20%
Ca. 200
Max. ca. 50
Min. grootte
2 ha
Max. grootte 25 ha
Spoor 5
Jonge ontginningen
32%
Ca. 320
Max. ca. 80
Min. grootte 10 ha
Max. grootte 40 ha
Totaal
100%
Ca. 1.000 TJ
250 ha
Voorgaande tabel geeft de 5 sporen weer, met per spoor aangegeven wat de beoogde productie is die er wordt verwacht, of dit een minimumdoel of maximum is wat we eraan stellen en hoe de totaal opgave is toebedeeld naar de 5 sporen. Hierna volgen meer details per spoor.
Spoor 1: op daken
Typering: daken van bedrijven, woningen, woongebouwen, kantoren, accommodaties, etc.
Uitgangspunten
is (additioneel) minimaal 60 ha aan zonnepanelen te bereiken tot 2030. Afgestemd op de behoeften van bedrijven en organisaties faciliteren we in de sfeer van verwijzing en advisering
een zonnepaneel kan meestal vergunningsvrij en onder bepaalde voorwaarden worden aangebracht; uitzonderingen zijn bijvoorbeeld monumentale gebouwen
Uitgangspunt 4:
Voor alle nieuwe bedrijfsdaken of publieke daken willen we plaatsing van zonnepanelen aan de hand van voorwaarden opleggen
Als gemeente zijn we voornemens het plaatsen van zonnepanelen op nieuwe bedrijfs- en publieke daken aan de hand van voorwaarden op te leggen. Uitgangspunt is dat betreffende initiatiefnemer voorziet in eigen stroom-, en zo mogelijk energiebehoefte via zonnepanelen op het dak, dan wel teruglevert aan het net. We worden hierin ondersteund door de aankondiging van de minister van EZ om een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in procedure te brengen waarmee gemeenten conform de motie meer mogelijkheden krijgen om het duurzaam gebruik van daken na de lokale afweging ook richting burgers en bedrijven af te dwingen. Zoals eerder in dit kader gesteld, is het voornemen om gemeenten in het Bbl de bevoegdheid te geven via een zogenoemde maatwerkregel in het omgevingsplan te eisen dat nieuwe gebouwen die niet al onder de voorgenomen BENG-eisen (Bijna energieneutrale Gebouwen) vallen, hun dak moeten gebruiken voor duurzame opwek van energie of klimaatadaptatie. De gemeente kan hierbij gebiedsgericht differentiëren. Voor nieuwe gebouwen gelden de BENG-eisen die verplicht tot minimaal 50% hernieuwbare energie, gerelateerd aan eigen energieverbruik van het gebouw.
Ook voor bestaande gebouwen worden de mogelijkheden in het Bbl verruimd om zon op daken te stimuleren. Dit door een zogenaamd maatwerkvoorschrift, vertaald in een maatwerkbesluit per individueel geval, gemotiveerd door het bevoegd gezag.
Spoor 2: op reststroken, water, stortplaatsen e.d.
Typering: braakliggende of onbenutte terreinen (reststroken), gekoppeld aan weg- of railinfrastructuur (bermen, geluidsschermen of –wallen, oksels van op/afritten), (ontgrindings-) plassen, open water, voormalige stortplaatsen (denk aan Venrays Broek), dubbelfuncties met parkeren, etc.
Uitgangspunten
is het beleggen van minimaal 20 ha op dit spoor, verspreid gelegen over de gemeente.
de installatie is vergunningplichtig en voldoet aan de uitgangspunten zoals in dit kader genoemd.
er is sprake van landschappelijke inpassing, zie bijlage 3 als leidraad.
Spoor 3: bouwvlakgerelateerde zonneparken in het buitengebied
Typering: bouwvlakken van (agrarische) bedrijven gelegen in het buitengebied.
Uitgangspunten
is het beleggen van maximaal 40 ha op bouwvlakken die verspreid over de gemeente zijn gelegen.
de maximale (bruto)maat voor deze zonneparken is maximaal 2 ha en is volledig gelegen binnen het bestaande bouwvlak.
te overwegen is de bouwvlakvorm te wijzigen als dit de inpassing ten goede komt.
voor consoliderende bedrijven: allereerst wordt minimaal 50% van de bedrijfsdaken benut, alvorens het bouwvlak op maaiveld wordt benut.
voor stoppende of gestopte bedrijven: panelen mogen binnen het totale bouwvlak onder de voorwaarde dat de sloop van de leegstaande bebouwing is gerealiseerd.
er is sprake van landschappelijke inpassing, zie bijlage 3 als leidraad met specifieke toelichting voor bouwvlakgerelateerde kavels.
installatie is vergunningplichtig en voldoet aan de uitgangspunten zoals in dit kader genoemd.
installatie is vrijgesteld van coöperatieve participatie.
Met dit spoor anticiperen we tevens op de aanstaande provinciale regeling om stoppende agrariërs te ondersteunen met een financieringsregeling. Als gemeente maken dit ook ruimtelijk mogelijk.
Spoor 4: oude ontginningen
Typering: gebieden worden gekenmerkt door een kleinschalige en meer organische structuur en bieden daarmee beperkt ruimte aan grondgebonden zonneparken, met een begrensde schaalgrootte die bij het type gebied aansluit.
Het binnen dit gebiedstype gelegen bronsgroen landschap (waaronder de beekdalen) vervult een belangrijke rol in de waterhuishouding van het gebied. Deze hydrologische waarde in combinatie met de landschappelijke en ecologische waarde, maakt dat het realiseren van zonneparken alleen mogelijk is onder voorwaarden. Beekdalen maken deel uit van de zogenaamde bronsgroene landschapszone uit het POL2014. Daarin staan landschappelijke kernkwaliteiten centraal en dient hieraan bescherming te worden geboden. De kernkwaliteiten zijn: een visueel-ruimtelijk karakter, een groen karakter, en/of cultureel erfgoed en/of bodemreliëf. In geval kernkwaliteiten worden aangetast door een zonneweide is sprake van een compensatieplicht. Dit betekent elders compenseren van deze kernkwaliteiten, ter beoordeling aan de provincie als bevoegd gezag. Hiervoor is een compensatieplan nodig.
Uitgangspunten
is het beleggen van maximaal 50 ha in genoemd gebiedstype.
de minimaal (bruto)maat is 2 ha, de maximaal maat is 25 ha.
ten behoeve van enige spreiding liggen zonneparken groter dan 5 ha minimaal 1.000 meter verwijderd van elkaar.
voor de periode 2019 (na vaststelling van dit kader) tot en met 2021 gaan we uit van het vergunnen van ieder geval 1 zonnepark via tendering.
vanaf 2022 doet het college van B&W een voorstel voor een vervolg in dit gebied: wederom tendering of uitnodigingsplanologie.
bouwvlakgerelateerde projecten zijn mogelijk.
installatie is vergunningplichtig en voldoet aan de uitgangspunten zoals in dit kader genoemd.
er is sprake van landschappelijke inpassing, zie bijlage 3 als leidraad.
is sprake van een compensatieplicht in geval van ontwikkeling zonneweide in het bronsgroene landschap. Uitgangspunten die we daarbij hanteren zijn de kernkwaliteiten van het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf.
in geval van bronsgroene landschap mag de ontwikkeling geen negatief effect hebben op de natuurlijke landschapsvormende processen die leidend zijn voor het functioneren van het bronsgroene landschap als natuurlijke klimaatbuffer om zowel kernen als het buitengebied weerbaar te maken dan wel te houden tegen klimaatverandering.
de gemeente geeft geen medewerking aan aanvragen voor zonneparken anders dan spoor 1, 2 of 3, buiten de tendering. Deze uitzondering geldt niet voor aanvragen waarvoor voor het vaststellen van dit beleidskader een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend.
Spoor 5: jonge ontginningen
Typering: gebied wordt gekenmerkt door een grootschaliger en orthogonale structuur, landbouw-stroken staan haaks op de wegenstructuur. Gebied biedt daarmee ruimte aan de grotere schaal grondgebonden zonneparken.
Het binnen dit gebiedstype gelegen bronsgroen landschap (waaronder de beekdalen) vervult een belangrijke rol in de waterhuishouding van het gebied. Deze hydrologische waarde in combinatie met de landschappelijke en ecologische waarde, maakt dat het realiseren van zonneparken alleen mogelijk is onder voorwaarden. Beekdalen maken deel uit van de zogenaamde bronsgroene landschapszone uit het POL2014. Daarin staan landschappelijke kernkwaliteiten centraal en dient hieraan bescherming te worden geboden. De kernkwaliteiten zijn: een visueel-ruimtelijk karakter, een groen karakter, en/of cultureel erfgoed en/of bodemreliëf. In geval kernkwaliteiten worden aangetast door een zonneweide is sprake van een compensatieplicht. Dit betekent elders compenseren van deze kernkwaliteiten, ter beoordeling aan de provincie als bevoegd gezag. Hiervoor is een compensatieplan nodig.
Uitgangspunten
is het beleggen van maximaal 80 ha in genoemd gebiedstype.
de minimale (bruto)maat is 10 ha en de maximale (bruto)maat voor deze zonneparken is 40 ha aaneengesloten.
voor de periode 2019 (na vaststelling van dit kader) tot en met 2021 nemen we de tijd om initiatiefnemers in dit gebied en inwoners en bedrijven na te gaan hoe en waar de beste mogelijkheden bestaan om zonneparken tot ontwikkeling te brengen. In de wetenschap dat de aansluitcapaciteit relatief ver is gelegen, is regie op de ontwikkeling wenselijk. We onderzoeken samen met de netbeheerders hoe we tot een structurele oplossing voor de aansluiting kunnen komen in dit gebied. Einddoel is robuuste aansluitcapaciteit in deze omgeving, zodat initiatieven niet onnodig de capaciteit van station Keizersveld benutten. Dit station ligt relatief ver weg en is benodigd voor de opwekprojecten in die nabijheid. Daarnaast streven we ernaar in dit gebied de minst landbouwkundig waardevolle gronden in te zetten voor een zonnepark. In de beschikbare tijd wordt dit nader in beeld gebracht. Gedurende dit onderzoek verlenen we geen medewerking aan solitaire verzoeken tot de ontplooiing van een zonnepark.
uiteraard zijn bouwvlakgerelateerde projecten mogelijk.
er is sprake van landschappelijke inpassing, zie bijlage 3 als leidraad.
is sprake van een compensatieplicht in geval van ontwikkeling zonneweide in het bronsgroene landschap. Uitgangspunten die we daarbij hanteren zijn de kernkwaliteiten van het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf.
in geval van bronsgroene landschap mag de ontwikkeling geen negatief effect hebben op de natuurlijke landschapsvormende processen die leidend zijn voor het functioneren van het bronsgroene landschap als natuurlijke klimaatbuffer om zowel kernen als het buitengebied weerbaar te maken dan wel te houden tegen klimaatverandering.
De volgende kaart geeft een overzicht van de onderscheiden gebiedstyperingen.
Kaart 1: Zonnekaart, overzicht van de mogelijkheden en uitsluitingen
Gedeeltelijke fasering van de opgave in de tijd voor enkele sporen
Onderstaande tabel geeft weer dat de sporen 1 (daken), 2 (reststroken) en 3 (bouwvlakgerelateerd) binnen de gestelde criteria voortvarend opgepakt kunnen worden en mits passend vergund. Voor het gebiedstype oude ontginningen stellen we voor in ieder geval 1 zonnepark te vergunnen via tendering in de periode 2019-2021 (exclusief lopende en in behandeling genomen formele aanvragen voor een omgevingsvergunning). Vanaf 2022 bezien we hoe hier een vervolg aan te geven. Voor gebiedstype jonge ontginningen starten we een nadere verkenning met initiatiefnemers en betrokkenen uit het gebied.
Spoor
In Tjoule productie
In hectare
2019 t/m 2021
2022 t/m 2030
Spoor 1
Daken van bedrijven, kantoren, woongebouwen en accommodaties
Ca. 240
Min. ca. 60
Ongelimiteerd binnen opgave
Ongelimiteerd binnen opgave
Spoor 2
Stroken langs snel- en spoorwegen, plassen, oude stortplaatsen, e.d.
Ca. 80
Min. ca. 20
Ongelimiteerd binnen opgave
Ongelimiteerd binnen opgave
Spoor 3
Bouwvlakgerelateerde zonneparken
Ca. 160
Max. ca. 40
Ongelimiteerd binnen opgave
Ongelimiteerd binnen opgave
Spoor 4
Oude ontginningen*
Ca. 200
Max. ca. 50
i.i.g. 1 zonne-park via tendering
Nog nader te bepalen
Spoor 5
Jonge ontginningen
Ca. 320
Max. ca. 80
Nadere verkenning
Nog nader te bepalen
Totaal
Ca. 1.000 TJ
250 ha
*naast lopende en in behandeling genomen formele aanvragen voor een omgevingsvergunning ten tijde van de vaststelling van KODE Venray
Uitgangspunt 5:
Initiatiefnemer levert bewijs dat opgewekte stroom kan worden geleverd, kan worden opgeslagen of worden omgezet in een energiedrager
Landelijk gezien komen er steeds meer duurzame elektriciteitsprojecten, vooral in de vorm van windparken, zonneparken en zonnedaken. Die helpen de transitie verder, maar vragen ook steeds meer van het elektriciteitsnet. Dit leidt tot piekaanbod van zon of wind op een net dat in beginsel is ingericht om eenzijdig te distribueren. Er zijn plaatsen in Nederland waar het net de stroom van nieuwe projecten al minder of niet meer kan transporteren. De netbeheerders gaan de netten daarom grootschalige verzwaren, maar dat duurt meerdere jaren. In een recent persbericht geeft onze netbeheerder Enexis aan dat de toename van zonne-energie ertoe geleid heeft dat de capaciteit van het net binnen de komende 2 jaar net zo snel moet groeien als in de 30 jaar ervoor. Als gemeente stellen we bovenstaand knelpunt dat ook voor delen van Venray nadrukkelijk geldt, aan de orde in bilaterale overleggen met Enexis en in RES-verband.
De gemeente Venray kent één zogenaamd onderstation voor aansluiting (Keizersveld) met een nog beperkte aansluitcapaciteit voor grote projecten. Daarnaast beschikt Venray over verschillende kleinere aansluitstations, hier zouden enkele zonneparken of –daken met een grootte van ca 5-6 ha op kunnen worden aangesloten.
Om onze ambities allemaal waar te maken, zijn we mede afhankelijk van de uitbreiding van de aansluitstations. Het is dus van belang om in een vroegtijdig stadium te weten of een initiatief kans maakt op aansluiting. We vragen de initiatiefnemer daarom in een vroeg stadium een zogenaamde transportindicatie van de netbeheerder.
Daarnaast is het denkbaar dat er alternatieven gaan ontstaan in de zin van de opslag van stroom, in de vorm van gas of warmte. In samenspraak met initiatiefnemers verkennen we de mogelijkheden in het Venrayse.
Uitgangspunt 6:
Verkennen zoekgebied(en) voor grootschaliger opwekking in de jonge ontginningen
In de wetenschap dat de aansluitcapaciteit in grote delen van de gemeente vooralsnog beperkt is, is het zaak om op dit moment geen overhaaste beslissing te nemen in sommige gebieden. Er zijn meer redenen. Zo wordt er in RES-verband ook nadrukkelijk gekeken naar de vorming van majeure projecten: energielandschappen. Die kans ligt wellicht in het westelijk deel van de gemeente. In dialoog met de omgeving en mogelijke initiatiefnemers gaan we kansen voor synergie verkennen in energieopwekking en landbouwkundig gebruik. Denk aan het selecteren van landbouwkundig laagwaardige gronden voor energiedoeleinden. Daarin kan de verbetering van de bodemgesteldheid een sterk motief zijn. De kabinetsinzet via de beoogde kringlooplandbouw is dat er in 2030 de natuur in natuurgebieden, op de landbouwgronden en in de wateren rijker en veelzijdiger zijn. De landbouw benut biodiversiteit voor bijvoorbeeld bestuiving, bodemvruchtbaarheid en ziekte- en plaagwering en creëert tegelijk leefgebied voor allerlei soorten dieren.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2
Ruimte: inzetten op zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Venray houdende regels omtrent Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE)