Zonneparken brengen een ruimtelijke verandering met zich mee. Ze passen daarmee in een traditie van energieopwekking, zoals turfsteken het landschap veranderde, mijnbouw zichtbaar werd en ook de kolen- en gascentrales in het zicht kwamen. Nu wordt ingezet op steeds meer decentralisatie van de energiewinning, wordt het ook steeds zichtbaarder. We kunnen hier verschillend mee omgaan: wegstoppen omdat we het niet mooi vinden. Maar soms ook juist laten zien, omdat we er trots op zijn dat we (deels) in onze eigen energie kunnen voorzien. Afhankelijk van grootte en ligging kan gekozen worden voor bepaalde inpassingen. Het zicht op de panelen speelt een belangrijke rol. Zonneparken worden voorzien van een passende inkadering in het gebied en er wordt een afstand aangehouden tot de randen van het perceel. Bij bouwvlakgerelateerde zonneparken is de inpassing en zicht vanuit openbare weg maatgevend voor de ligging van de rand van het park.
Uit beraad met stakeholders en politiek is nadrukkelijk uitgesproken dat bij de beoordeling van initiatieven de belangen op het vlak van landbouw, natuur, recreatie, toerisme, waterberging en energieopwekking in onderlinge samenhang bekeken moeten worden. Credo: laat iedere ontwikkeling op de juiste plek landen.
De bestaande verkavelings- en/of beplantingsstructuur is leidend voor de inpassing van een zonnepark. Om te voorkomen dat de inpassing veel later of helemaal niet wordt gerealiseerd dient de inpassing gelijktijdig of eerder dan de plaatsing van de panelen plaats te vinden. Een goede ruimtelijke inpassing heeft te maken met de wijze waarop een zonnepark ruimtelijk logisch aansluiting vindt bij de kenmerken van de plek waar deze beoogd wordt. Dit vraagt telkens om andere oplossingen en een voor die plek passend plan. Iedere plek heeft daarbij zijn eigen verhaal en kenmerken zoals bebouwingsstructuren, verkavelingspatronen en landschapselementen. Zowel voor kleine als grootschalige zonneparken moet het landschap leidend zijn voor de inrichting en vormgeving. Hiervoor zijn op verschillende schaalniveaus ontwerpprincipes voor een landschappelijke inpassing, te weten: het landschap, de kavel en het object.
Nieuwe ingrepen mogen het landschap wel veranderen maar niet overheersen omdat andere belangen zoals toerisme, leefbaarheid, cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit een belangrijke rol moeten blijven spelen.
Uitgangspunt 7:
Stellen van kwalitatieve ontwerpprincipes en eisen aan landschap, kavel en object
We hebben een aantal ontwerpprincipes opgesteld die we initiatiefnemers vooraf meegeven en waarop we toetsen en afwegen. Kwaliteitseisen voor panelen op water is maatwerk.
De ontwerpprincipes maken onderscheid tussen het niveau van het landschap, de kavel en het object. Bijlage 3 bevat een leidraad die ondersteunend is het bij ontwerpen van het zonnepark.
Van de initiatiefnemer verwachten we in ieder geval een landschappelijke inpassingsstudie met aandacht voor cultuurhistorische waarden, inpassing, flora en fauna, wegenstructuur en visualisaties.
Als gemeente willen we ‘overwoekering’ van het landschap door zonneparken voorkomen. Reden dat we continu kijken naar het cumulatieve effect van meerdere parken op een hoger schaalniveau. Vanwege het cumulatieve effect zijn er in open landschappen een beperkt aantal grote zonneparken beter inpasbaar, dan een groot aantal kleine. Voor besloten landschappen geldt het omgekeerde.
Dubbel ruimtegebruik, zoals combinaties met (stroken)landbouw, water, begrazing, parkeren wordt toegejuicht.
Uitgangspunt 8:
We gaan actief monitoren op bodemgesteldheid en biodiversiteit
Monitoren in het veld
Ervan uitgaande dat een zonnepark voldoet aan ontwerpprincipes, zijn er redenen om een positieve ontwikkeling van de vegetatie te verwachten in termen van biodiversiteit. Omdat nog veel niet bekend is rond de effecten van zonneparken, stellen we voor om een vijfjaarlijkse monitoring op te zetten. Gemeente vraagt initiatiefnemer om een (uniform in opzet) 0-meting van de bodem, wat betreft organisch stofgehalte, bodemleven en bodemstructuur en 0-meting van de biodiversiteit. Dit voor rekening van de initiatiefnemer.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.3
Locatie: esthetica, inpassing, kwaliteit en ecologie
Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Venray houdende regels omtrent Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE)