Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.4

Eigenaarschap: eerlijk verdelen van lasten en lusten

Onderdeel van Beleidsregel van de gemeenteraad van de gemeente Venray houdende regels omtrent Kader voor Opwekking Duurzame Energie (KODE)

Intentie is dat initiatiefnemer, bewoners, grondeigenaren en omwonenden in het zoekgebied elkaar vinden een eerlijke en transparante verdeling van lusten en lasten van het windpark. Hierdoor kan het windpark leiden tot substantiële baten voor de lokale gemeenschap. Denk aan de volgende geldstromen: Uitgangspunt 8: Deelname via participaties (obligaties bijvoorbeeld); Uitgangspunt 9: Omgevingsfonds, voor projecten binnen of nabij het zoekgebied; Uitgangspunt 10: Sociale grondvergoedingen. Uitgangspunt 8: Streven naar substantieel aandeel lokaal eigenaarschap Wij gaan uit van de volgende streefcijfers rond participatie (zie tabel hieronder). Dit kan dus lopen via een coöperatie, zoals Bee Power, maar kan ook lopen via een constructie die de initiatiefnemer organiseert. Naast of in plaats van een coöperatieve participatie is het ook mogelijk dat de gemeente direct of indirect deelneemt in een windpark. Reden hiervoor kan zijn dat de coöperatieve participatie niet van de grond komt, maar ook omdat de gemeente bijvoorbeeld gronden inbrengt of weloverwegen strategisch een positie wil innemen. Na te streven aandeel: Windproject Coöperatieve participatie Tot 50% Gemeentelijke participatie Tot 50% Van de initiatiefnemer Maximaal 50% Uitgangspunt is dat de initiatiefnemer minimaal 50% van het park (in opgesteld vermogen) ter beschikking stelt voor een bepaalde vorm van participatie door inwoners, bedrijven en organisaties uit de gemeente. Een mix van coöperatieve en gemeentelijke participatie kan ook aan de orde zijn. De opbrengsten uit de energietransitie moeten zo veel mogelijk terugvloeien naar de gemeenschap en in worden gezet voor klimaatdoelen. Flankerend: Lukt de coöperatieve borging niet of onvoldoende of niet snel genoeg (er is eigenlijk sprake van ‘participatiefalen’), wil de gemeente kijken of ze ofwel zelf positie kan nemen, dan wel kan borgen dat het coöperatieve aandeel beschikbaar blijft voor de lokale partners. Momenteel loopt in samenwerking tussen de gemeenten Beesel, Horst aan de Maas en Venray en onderzoek naar de positionering van de gemeenten in energietransitie. Kansen en risico’s die samenhangen met het innemen van bepaalde rollen worden verder uitgespit. Resultaten volgen op later tijdstip. Ter promotie van coöperatief eigendom is het denkbaar om bijvoorbeeld bij 50% of meer lokaal/coöperatief eigendom een deel van de legeskosten terug te storten als dit bereikt is. Uitgangspunt 9: Inrichten omgevingsfonds Initiatiefnemers doorlopen een eigen participatietraject met de omgeving. Over die participatie heeft de windsector vrijwillig minimumnormen afgesproken. Waaronder de inrichting van een Omgevings- of Leebaarheidsfonds. Uitgangspunt voor deze (bovenwettelijke) jaarlijkse bijdragen aan de omgeving is minimaal € 0,50/MWh, als richtlijn. Dit fonds staat ten dienste van de financiering van projecten in die directe omgeving, zoals projecten gericht op de leefbaarheid van het gebied, natuurontwikkeling, energietransitie, recreatie en educatie of infrastructuur. Voor het fonds wordt een statuut/reglement opgesteld dat regelt hoe er wordt gerekruteerd, benoemd en hoe middelen beschikbaar worden gesteld aan de omgeving. Uitgangspunt 10: Socialisering van grondvergoedingen Niet alleen de landeigenaar op wiens grond de plaatsing van de turbines is voorzien, profiteert van de waardestijging en grondopbrengst. Deze wordt volgens een verdeelsleutel verdeeld over alle eigenaren in het zoekgebied. De omgevingsdialoog wordt zo niet vertroebeld door eigendomspositie en grondspeculatie. Denk daarbij (aanvullend op NWEA-omgevingsfonds) aan: Vergoeding voor de grond waarop de turbine geplaatst wordt; Vergoeding per ha voor alle grondeigenaren in het gebied rondom windpark met 200m afstand vanaf turbines; bij pachtgronden kan gedacht worden aan 50% eigenaar – 50% pachter Vergoeding voor bewoners met afstand tot 800m vanaf turbines.

Rechtspraak bij dit artikel