Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.2

Voorwaarden en weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening Wmo Gemeente Oisterwijk 2020

Er bestaat slechts aanspraak op een maatwerkvoorziening voor zover: deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te stellen tot zelfredzaamheid en participatie mede met het oog op het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kunnen blijven wonen; deze als goedkoopst passende bijdrage aan te merken is; deze in overwegende mate op de cliënt gericht is. Geen aanspraak op een maatwerkvoorziening bestaat: indien de beperkingen van de cliënt met een voor hem als algemeen gebruikelijk te beschouwen voorziening kunnen worden opgelost dan wel kunnen worden verminderd; voor zover de cliënt aanspraak kan maken op een voorliggende voorziening; voor zover er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie voorafgaand aan de melding; indien er sprake is van een verzoek tot vervanging van een eerder door het college toegekende voorziening terwijl deze nog in voldoende mate ondersteuning biedt, en de eerder toegekende voorziening nog niet technisch is afgeschreven dan wel verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die aan de cliënt zijn toe te rekenen; indien de noodzaak tot ondersteuning is ontstaan als gevolg van omstandigheden die in de risicosfeer van de cliënt liggen. De aanvraag om een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget wordt in ieder geval geweigerd indien de voorziening is gerealiseerd of is afgenomen vóór de melding dan wel de aanvraag, tenzij de noodzaak achteraf door het college kan worden vastgesteld. De aanvraag om een maatwerkvoorziening dan wel persoonsgebonden budget kan worden geweigerd indien de voorziening nog niet is gerealiseerd of is afgenomen maar wel is gecontracteerd vóór de melding dan wel de aanvraag, tenzij de noodzaak achteraf door het college kan worden vastgesteld.

Rechtspraak bij dit artikel