Indien er geen benadelingsbedrag is, wordt bij schending van de inlichtingenplicht:
afgezien van het opleggen van een boete en wordt een schriftelijke waarschuwing gegeven indien in de twee jaar voorafgaande aan het moment van schending van de inlichtingenplicht niet eerder een boete of waarschuwing wegens dezelfde overtreding is gegeven;
een boete opgelegd ter hoogte van 5% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm, of van de voor de belanghebbende geldende grondslag ingevolge artikel 5 van de IOAW/IOAZ, indien in de twee jaar voorafgaand aan het moment van schending eerder een boete of waarschuwing wegens dezelfde overtreding is gegeven.
HOOFDSTUK 4
Artikel 30.