1. De bedrijfshulpverlener wordt door de werkgever voor onbepaalde tijd aangewezen.

2. De aanwijzing geschiedt schriftelijk onder vermelding van de locatie waar de BHV-taken worden verricht.

3. De bedrijfshulpverlener verricht onder aansturing van de ploegleider de volgende bedrijfshulpverleningstaken:

a. het ontruimen van het gebouw;

b. het begeleiden van personen naar veilige plaatsen;

c. het controleren van het gebouw op aanwezigheid van personen;

d. het bestrijden van branden met kleine blusmiddelen;

e. het verlenen van levensreddende eerste hulp;

f. het afvoeren van gewonden en het begeleiden van personen in geval van ontruiming.

4. Het besluit tot aanwijzing als bedrijfshulpverlener wordt ingetrokken:

a. op schriftelijk verzoek van de bedrijfshulpverlener met een opzegtermijn van één maand;

b. indien hij niet meer in het bezit is van een geldig certificaat BHV;

c. indien het hoofd BHV hem niet langer in staat acht zijn taak uit te voeren of bij niet of niet in voldoende mate gehoor geven aan BHV-taken;

d. bij schorsing of ontslag.