**1..** Als woonruimte gelegen in de gemeente Amsterdam waarvoor de vergunningplicht geldt als bedoeld in artikel 21, onderdelen a, b, c en d, van de Huisvestingswet wordt aangewezen:
alle zelfstandige woonruimten met een rekenhuur tot de liberalisatiegrens;
alle zelfstandige woonruimten tot en met 200 huurpunten;
alle zelfstandige woonruimten met meer dan 200 huurpunten; en,
alle onzelfstandige woonruimten tot 750 huurpunten.
**2..** Solids genoemd in bijlage 1 behorende bij deze verordening vallen niet onder het werkingsgebied van dit hoofdstuk.
**3..** Het is verboden om woonruimte als bedoeld in het eerste lid zonder vergunning van burgemeester en wethouders:
aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden;
samen te voegen of samengevoegd te houden;
van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte(n) om te zetten of omgezet te houden; of,
tot twee of meer woonruimten te verbouwen of in die verbouwde staat te houden (woningvorming).
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 1
Artikel 3.1.1