Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 2.2:

Artikel 2:13:

Participatieplaats

Onderdeel van Verzamelbesluit beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ Gemeente Oisterwijk 2020

1. Definitie: plaatsen waarbij personen die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn op de arbeidsmarkt met behoud van uitkering tijdelijke, onbeloonde en additionele werkzaamheden verrichten in de zin van artikel 10a PW. 2. Doel: het activeren van de uitkeringsgerechtigde staat bij een participatieplaats centraal. De participatieplaats heeft geen directe arbeidstoeleiding tot doel. 3. Doelgroep: uitkeringsgerechtigden met geringe kans op de arbeidsmarkt, die vooralsnog niet bemiddelbaar zijn naar regulier werk. 4. Nadere voorwaarden: a. in artikel 10a van de PW en artikel 6 van de Verzamelverordening zijn de voorwaarden van de participatieplaats opgenomen; b. voor aanvang van de participatieplaats sluiten de uitkeringsgerechtigde, de werkgever en het college een overeenkomst, waarin tenminste de duur van de participatieplaats en de aard van de werkzaamheden staan beschreven; c. na 6 maanden beziet het college of voortzetting van de participatieplaats zinvol is; d. het college kan in verband met de participatieplaats de volgende voorzieningen inzetten: I. begeleidingskosten ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde aan de werkgever; II. scholing ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde, zoals opgenomen in artikel 10a, vijfde lid, van de PW, waarbij het college toetst aan de criteria zoals in dat lid zijn opgenomen; III. een premie voor de belanghebbende zoals bedoeld in artikel 10a, zesde lid van de PW. De premie bedraagt per jaar 25% van het bedrag genoemd in artikel 31, tweede lid, onderdeel j, PW. 5. Gronden voor beëindiging: onverminderd artikel 5 van de Verzamelverordening, eindigt de voorziening op het moment dat de overeengekomen periode eindigt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel