Naar hoofdinhoud
Aan het plaatsen van zonnepanelen in grond- of veldopstellingen zijn voorwaarden verbonden. Ze kunnen niet zondermeer worden toegestaan. Allereerst moet worden aangetoond dat er geen andere opties mogelijk zijn. Er dient daarnaast rekening te worden gehouden met de aanwezige landschappelijke waarden en de agrarische en toeristische sector, alsook met natuurbelangen en het wonen op het platteland. Om deze reden is er voor gekozen om enkele regels te stellen. Hierna zijn deze regels weergegeven: • Zonnepanelen op het dak verdienen altijd de voorkeur ten opzichte van grond- en veldopstellingen. Alleen wanneer is aangetoond dat de daken niet geschikt zijn, kan worden gedacht aan grond- of veldopstellingen. Dit kan een locatie zowel binnen als buiten de bebouwde kom zijn. • Grondopstellingen verdienen altijd de voorkeur ten opzichte van veldopstellingen. Enkel wanneer is aangetoond dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om een grondopstelling te realiseren, kan worden gedacht aan een veldopstelling. • Veldopstellingen dienen aan te sluiten op het bouwperceel. Daarnaast mogen ze enkel aan de achterzijde van het bouwperceel worden gerealiseerd. Op deze wijze blijft de ruimtelijke impact beperkt. Wanneer de opstellingen achter het bouwperceel liggen, is het zicht vanaf de openbare weg namelijk beperkt. Veldopstellingen zijn niet toegestaan binnen de verschillende bestemmingen ‘Natuur’. Binnen de verschillende bestemmingen ‘Natuur’ geldt namelijk dat deze gebieden zijn aangemerkt als GNN dan wel Natura 2000-gebied. Deze gebieden genieten een strikt beschermingsregime. Binnen de bestemming ‘Water’ geldt dat de plaatsing van zonnepanelen mogelijk is, mits afstemming wordt gezocht met het waterschap Vallei en Veluwe. Wanneer een opstelling grenst aan een waterlichaam, is deze afstemming nodig.

Rechtspraak bij dit artikel