Naar hoofdinhoud
De genoemde voorwaarden leiden tot een soort beslisboom, waaruit blijkt wanneer een grond- of veldopstelling mogelijk is. Voor beide gevallen gelden toetsingscriteria. Hierna wordt op deze criteria ingegaan. Wanneer aan de criteria kan worden voldaan, zijn de grond- en veldopstellingen planologisch toegestaan. Er is dan enkel een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig. (1)De zonnepanelen liggen op, deels op, of sluiten direct aan op het bouwperceel, in het achtererfgebied. Toelichting: Realisatie van zonnepanelen op het bouwperceel, in het achtererfgebied, geniet altijd de voorkeur ten opzichte van een veldopstelling. Wanneer de zonnepanelen niet op het bouwperceel gerealiseerd kunnen worden, dienen ze direct aan te sluiten aan het bouwperceel, zodat wordt voorkomen dat de zonnepanelen in ‘losse opstellingen’ verspreid in het landelijk gebied komen te staan. Wel blijft ten aanzien van grondopstellingen de voorwaarde van het plaatsen in het achtererfgebied gewaarborgd, aangezien de ruimtelijke impact van zonnepanelen in het voorerf niet wenselijk is. Bij veldopstellingen bestaat er formeel geen achtererfgebied. In dit geval geldt dat deze enkel mogelijk zijn aan de achterzijde van het bouwperceel. In afbeelding 1 en 2 zijn de situaties visueel weergegeven. Afbeelding 1 geeft weer op welke wijze een grondopstelling kan worden gerealiseerd (wanneer er binnen het bouwperceel voldoende ruimte is). Afbeelding 2 geeft weer hoe een veldopstelling kan worden gerealiseerd. Afbeelding 1: situering grondopstelling zonnepanelen Afbeelding 2: Situering veldopstelling zonnepanelen (2)De maximale hoogte van zonnepanelen vanaf het maaiveld bedraagt 2 meter. Toelichting: De voorkeur is om de zonnepanelen verdiept of half verdiept aan te leggen in het maaiveld. De realisatie van zonnepanelen hoger dan 2 meter is niet wenselijk gezien het te verwachten negatief effect op de omgeving en het landschap. De hoogte van 2 meter is overgenomen van het Bor (Besluit omgevingsrecht), vergunningvrij zijn zonnepanelen immers ook tot een hoogte van 2 meter mogelijk. (3)De maximale oppervlakte per perceel bedraagt 75 m2. Toelichting: De maximale oppervlakte van 75 m2 per perceel aan zonnepanelen per perceel is aangehouden om de kleinschaligheid van de veldopstellingen te bewaren. De veldopstellingen zijn tenslotte bedoeld voor eigen gebruik. Tegelijkertijd wordt met deze grootte ook rekening gehouden met de verwachting dat - vanwege de energietransitie - het elektriciteitsgebruik in de toekomst toeneemt (en het verbruik van fossiele brandstoffen afneemt c.q. stopt). Een oppervlakte van 75 m2 aan zonnepanelen is voldoende groot om in deze toekomstige elektriciteitsbehoefte te voorzien. Door het opnemen van een maximum oppervlakte, wordt voorkomen dat de impact op het landschap te groot is. (4)De zonnepanelen worden landschappelijk ingepast. Toelichting: Door middel van de in paragraaf 3.1 genoemde voorwaarden is deze inkadering geborgd, gezien de locaties van grond- en veldopstellingen nadrukkelijk zijn afgewogen. Een extra landschappelijke inpassing kan bijvoorbeeld zijn een groene omzoming met inheemse beplanting en/of een halfverdiepte opstelling; (5)De betreffende gronden en de aangrenzende percelen worden niet belemmerd in hun mogelijkheden. Bodem en archeologie Een opstelling voor zonnepanelen gaat in het algemeen niet diep in de grond, meestal enkele tientallen centimeters. Toch is het van belang te kijken naar de gevolgen voor de bodem. Een initiatief mag geen onevenredige afbreuk doen aan de aspecten van archeologie, bodemkwaliteit en aardkundige waarden. Aangezien de oppervlakte maximaal 75 m2 bedraagt, geldt er in bepaalde gevallen een archeologische onderzoeksplicht op basis van de archeologische dubbelbestemmingen. Dit zijn echter weinig gevallen, aangezien voor het merendeel van de gronden een onderzoeksplicht geldt bij bodemingrepen groter dan 100 m2. Daarnaast dient een eventuele archeologische vondst te worden gemeld. Cultuurhistorie Een initiatief kan gevolgen hebben voor de waardevolle historische bebouwing in de omgeving of voor beeldbepalende gebieden. Het initiatief mag hier geen onevenredige afbreuk aan doen. Ecologie Een opstelling van zonnepanelen mag geen significante negatieve effecten met zich meebrengen voor de daar aanwezige ecologische waarden. In bepaalde gevallen kan een ecologisch onderzoek worden gevraagd. Dit kan voorkomen bij situaties waarbij de opstelling ligt in een gebied met hoge ecologische waarden (denk aan weidevogelgebieden en natuurgebieden). Of er een ecologisch onderzoek nodig is, dient per situatie te worden getoetst. Dit is een vorm van maatwerk. Externe veiligheid Vanuit de zonnepanelen zelf gaat geen gevaar voor derden uit in de zin van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Wel bepaalt dit Besluit dat er - vanwege de veiligheid en het snel toegang hebben tot de leiding - niet gebouwd mag worden rondom de leidingen. In de bestemmingsplannen zijn de gasleidingen opgenomen via de dubbelbestemming Leiding – Gas. In de regels is bepaald dat er geen bouwwerken mogen komen in de opgenomen zones. Planschade De uitstraling van zonnepanelen heeft invloed op de directe omgeving. In beginsel wordt het initiatief adequaat landschappelijk ingepast. Desondanks kan het zijn dat er planschade optreedt, bijvoorbeeld vanwege een verandering in uitzicht of waarde van een woning door ander naastgelegen gebruik. Deze eventuele planschade dient voor rekening en risico van een initiatiefnemer te komen, en kan via een overeenkomst geborgd worden. Eventuele planschade hoeft geen belemmering te zijn voor het verlenen van toestemming voor een plan, omdat dit de economische uitvoerbaarheid niet in de weg staat. Hoofdstuk 6 van de Wet ruimtelijke ordening kent een eigen regeling voor planschade. Schittering De kleurstelling van de zonnepanelen beïnvloedt mede de gevolgen voor de omgeving en het opnamevermogen van de panelen. Ook kan dit van invloed zijn op eventuele schittering of lichthinder voor derden. Aangetoond moet worden of er sprake is van schittering, zodat we kunnen afwegen of het initiatief aanvaardbaar is voor de omgeving. Overigens is de verwachting dat de schittering zal meevallen, omdat het voor het opwekken van energie van belang is dat er zo min mogelijk weerkaatsing van het zonlicht is. Daarnaast zal door de landschappelijke inpassing (afschermende werking) schittering worden beperkt. Water De gevolgen voor de waterhuishouding moeten onderzocht worden. Door de zonnepanelen komt er verhard oppervlak bij. Er mag geen wateroverlast komen door een initiatief. In de praktijk zal dit waarschijnlijk meevallen, aangezien het water in de meeste gevallen tussen de panelen door in de grond zal kunnen infiltreren. Daarnaast houdt het waterschap vaak een objectvrije zone langs watergangen aan. In deze zone mogen geen zonnepanelen komen.

Rechtspraak bij dit artikel