Naar hoofdinhoud
Een bevel is, naar artikel 1.65 lid 3 van de Wko, een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Omdat het middel door de GGD-inspecteur wordt ingezet en niet door het college wordt dit bevel in onderhavig Afwegingsmodel niet nader genoemd. Inzet van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De toezichthouder geeft alleen een bevel indien de mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. Ingeval van overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel sprake van zijn. Het bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen, maar kan door het college worden verlengd. De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn. In het bevel geeft de toezichthouder aan wat de overtreding(en) is/zijn, welke actie de houder moet ondernemen en binnen welke termijn dit dient te gebeuren. Tevens informeert de toezichthouder de gemeente over het opgelegde schriftelijk bevel, zodat de gemeente tijdig op de hoogte is om eventuele vervolgstappen (zoals verlenging van het schriftelijk bevel) te nemen. De gemeente kan de GGD niet opdragen om een bevel te geven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel