15.1 Als leidinggevende geeft u het goede voorbeeld.

15.2 U bent open over uw manier van werken. U bent aanspreekbaar op uw werkwijze en uw houding naar medewerkers.

15.3 Bij twijfel en vragen over de juiste handelwijze kunnen medewerkers bij u terecht.

15.4 U bespreekt twijfels en vragen over integriteit in werkverband en stimuleert medewerkers hetzelfde te doen.

15.5 U bent alert op risicogevoelige situaties waarin medewerkers terecht kunnen komen en draagt bij aan hun weerbaarheid daartegen.

15.6 U spreekt medewerkers aan op dubieus gedrag, maakt afspraken en treft zo nodig maatregelen.