Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Verzoek om ambtelijke bijstand

Onderdeel van Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning gemeente Vlissingen 2020

Een raadslid kan de griffier verzoeken om bijstand. De verzochte bijstand wordt zo spoedig mogelijk verleend, voor zover dit naar het oordeel van de griffier in redelijkheid kan worden gevergd. Als de griffier de verzochte bijstand niet kan verlenen, verzoekt hij de gemeentesecretaris om een of meer medewerkers aan te wijzen die ambtelijke bijstand verlenen. Het college weigert het verzoek om ambtelijke bijstand als: naar zijn oordeel niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden of; dit naar zijn oordeel het belang van de gemeente kan schaden of; het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd. Het college gaat niet eerder tot weigering van een verzoek om bijstand over dan dat het raadslid in staat is gesteld om zijn verzoek zodanig aan te passen dat de bijstand in redelijkheid wel kan worden gevergd. Als het college het verzoek om ambtelijke bijstand weigert, deelt hij dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken met de griffier en de gemeentesecretaris en zo nodig het raadslid in overleg te treden over het alsnog laten verlenen van de ambtelijke bijstand. De burgemeester geeft zo spoedig mogelijk gehoor aan dit verzoek.

Rechtspraak bij dit artikel