‘Een vergunning als bedoeld in artikel 4 lid 1 van deze beleidsregel, wordt uitsluitend verleend wanneer de ontwikkeling past binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van:
het woon- en leefklimaat;
de privacy van omwonenden;
de verkeers- of parkeersituatie;
de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen.