Het college kan een ligplaatsenvergunning intrekken als:
De ligplaatsenvergunning is verleend als gevolg van onjuist verstrekte informatie in de vergunningaanvraag.
Het woonschip in strijd met het omgevingsplan wordt gebruikt.
Niet meer wordt voldaan aan hetgeen bepaald in artikel 4, 6 en 8 en voor zover van toepassing artikel 5 en 7.
Het woonschip gedurende een periode van minimaal 1 jaar niet bewoond is.
Het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft niet langer voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
Het woonschip waarop de vergunning betrekking heeft zonder melding aan het college gedurende een periode langer dan 12 aaneengesloten weken buiten de gemeente verblijft.
Wanneer de ligplaats niet binnen 26 weken, dan wel binnen de in de ligplaatsenvergunning bepaalde termijn, na verzenddatum van de ligplaatsenvergunning is ingenomen door het vergunde woonschip.