Naar hoofdinhoud
1.. Voor de kosten in de volgende maatwerkvoorzieningen is geen bijdrage verschuldigd: een rolstoel op grond van artikel 3.8 lid 4 sub d van het Uitvoeringsbesluit Wmo; vervoersbudget op grond van artikel 13 lid 2 van de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning Schagen; (rolstoel)taxivergoeding op grond van artikel 13 lid 2 van de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning Schagen. 2.. Een cliënt die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is op grond van artikel 3.8 lid 4 sub e van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen bijdrage in de kosten van maatwerkvoorziening verschuldigd. Het vorenstaande lijdt uitzondering ingeval een maatwerkvoorziening of pgb is verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige. Op grond van artikel 13 lid 8 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning Schagen 2018 is de bijdrage in de kosten van voornoemde maatwerkvoorziening of pgb verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. 3.. Geen bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening is verschuldigd, indien: de cliënt in een schuldsaneringsregeling zit op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke personen; cliënt in een minnelijke schuldregeling zit op grond van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening of in een stabilisatietraject dat aan voornoemde minnelijke regeling voorafgaat; of op het inkomen van de cliënt op correcte wijze beslag is gelegd en de cliënt zich bij de gemeente heeft gemeld voor schuldhulpverlening. 4.. De ingangsdatum van de bijdrageperiode waarover geen bijdrage verschuldigd is, wordt gesteld op de eerste dag van de bijdrageperiode die volgt op de bijdrageperiode waarin het college het besluit als bedoeld in het eerste lid bij het CAK bekend heeft gemaakt. 5.. De periode waarover een bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening is verschuldigd, is bij de navolgende maatwerkvoorzieningen gelijk aan de gebruiksduur van de maatwerkvoorziening in kwestie: een vervoersvoorziening over de korte en middellange afstand die in natura is verstrekt; schoonmaakondersteuning en signalering; praktische thuisondersteuning; begeleiding; dagbesteding; kortdurend verblijf; beschermd wonen. 6.. De periode waarover een bijdrage in de kosten van een maatwerkvoorziening is verschuldigd hangt bij een vervoersvoorzieningen over de korte afstand die in de vorm van een pgb is verstrekt, een bouwkundige en woontechnische voorziening en niet-bouwkundige en niet- woontechnische voorziening af van de economische levensduur en de kostprijs van de maatwerkvoorziening. In een tabel die als bijlage 4 aan deze beleidsregels is gehecht kan worden afgelezen voor welke maximale duur een bijdrage in de kosten van de daarin genoemde maatwerkvoorziening kan worden opgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel