**1..** De raad van elke deelnemende gemeente kan bij besluit bepalen dat de deelneming aan deze regeling wordt opgezegd.
**2..** Een uittredingsbesluit gaat twee kalenderjaren na het verstrijken van het jaar, waarin het besluit tot opzegging is genomen, in. Tenzij uittreding in redelijkheid en zonder onevenredige ontvlechtingskosten op een eerder tijdstip realiseerbaar is.
**3..** Uittreding is niet mogelijk gedurende de eerste drie jaar na inwerkingtreding van deze gemeenschappelijke regeling.
**4..** Alvorens de deelnemende gemeente tot besluitvorming komt, als bedoeld in het eerste lid, wordt eerst over het voornemen overleg met de andere deelnemende gemeenten gevoerd.
**5..** In het voornemen als bedoeld in het tweede lid worden de motieven gegeven en op grond waarvan de deelnemende gemeente wenst uit te treden.
**6..** Het besluit als bedoeld in eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur.
**7..** Het Algemeen Bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding.
** 8. .** Indien na uittreding er minder dan twee deelnemende partijen overblijven, worden de kosten van beëindiging evenredig verdeeld naar rato van het aantal inwoners van deze gemeenten.
Indien twee of meer deelnemende partijen overblijven, wordt de gemeenschappelijke regeling niet beëindigd. De uittredende partij draagt alle kosten die voortvloeien uit de uittreding.
**9..** Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan de overige deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten.