**1..** De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
** 2. .** wijziging van de regeling vindt plaats indien de raden van de deelnemende regeling daartoe besluiten,
opheffing van de regeling vindt plaats indien minimaal één van de twee raden van de deelnemende gemeenten daartoe besluit.
**3..** Indien het Algemeen Bestuur wijziging van de regeling wenselijk acht, doet het Dagelijks Bestuur het daartoe strekkend voorstel aan de betrokken bestuursorganen van de deelnemende gemeenten.
**4..** In geval van opheffing van de regeling stelt het Algemeen Bestuur een liquiditeitsplan op dat voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten alle rechten en verplichtingen van het openbaar lichaam over de deelnemende gemeenten te verdelen op een in dit plan te bepalen wijze. Dit plan wordt vastgesteld door de betreffende bestuursorganen van de deelnemende gemeenten.
**5..** Het Dagelijks Bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie.
**6..** Zonodig blijft het Algemeen Bestuur functioneren tot de liquidatie voltooid is.
**7..** Van elk besluit tot wijziging dan wel opheffing van deze regeling wordt terstond bericht gezonden aan de betrokken gemeenten en Gedeputeerde Staten.
Hoofdstuk 11:
Artikel 28: