Naar hoofdinhoud
Stimuleren van het jongen kind door VVE, vormt de kern van het OAB. VVE richt zich op de peuters en kleuters van 2 tot 6 jaar. De gemeenschappelijke ambities van aanbieders, onderwijsinstellingen en gemeente zijn om. Iedere VVE doelgroeppeuter een voorschools aanbod te bieden van goede kwaliteit voor 960 uur in 1,5 jaar (tussen 2,5 – 4 jaar). Zoveel mogelijk kinderen met een taal- of ontwikkelingsachterstand (doelgroepkinderen VVE) te bereiken. Het streven is minimaal 90%. Een aanbod VVE van hoge kwaliteit te realiseren. De toeleiding naar VE te verbeteren en daarmee het bereik ervan vergroten. Ouders hun rol als educatieve partners bij de ontwikkeling van hun kind(eren) te laten nemen. Door betrokkenheid bij en stimulering van de ontwikkeling van hun kind(eren). Een intensieve samenwerking tussen consultatiebureau/CJG, voorschoolse voorzieningen, basisscholen en zorginstanties tot stand te brengen en te behouden. Doel: een doorgaande lijn en het waar mogelijk voorkomen van een (latere) zorgvraag. Voor alle kinderen van 2 tot 4 jaar een passende plek op een voorschoolse voorziening te realiseren. Een goede overdracht te realiseren van kinderen van 4 jaar vanuit iedere voorschoolse voorziening naar de basisschool. In het bijzonder voor kinderen met VVE-indicatie en/of een zorgvraag. De resultaten van de VVE structureel te volgen. Hieronder worden enkele onderdelen van het VVE-beleid kort toegelicht. Doelgroepdefinitie Gemeenten zijn -in overleg met de betrokken partners- vrij in het bepalen van de doelgroep (voor extra voorschools aanbod) voor VVE. De gemeente Duiven kiest, in aanvulling op de al gehanteerde criteria, voor aansluiting bij de door het CBS gedefinieerde indicatoren (zie hiervoor). De doelgroepdefinitie is van belang voor het maken van onderscheid tussen zogenaamde reguliere peuters (zonder VVE indicatie) en zogenaamde doelgroeppeuters (met VVE indicatie). De VVE indicatie wordt afgegeven door het consultatiebureau. Resultaatafspraken Op grond van de Wet op het Primair Onderwijs (artikel 167a) hebben schoolbesturen en gemeenten de verplichting om afspraken te maken over wat de resultaten voor vroegschoolse educatie moeten zijn. Veelal hebben deze betrekking op bereik, intensiteit, duur, doorgaande lijn en opbrengsten. Duiven kiest ervoor om naast de schoolbesturen ook de aanbieders van kinderopvang (= voorschoolse educatie) te betrekken. Kwaliteitskader Dit kwaliteitskader is gekoppeld aan de subsidieregeling Peuteropvang en VVE in Duiven. Doel van het kader is het bewaken, beheersen en verbeteren van de kwaliteit van voorschoolse educatie in de gemeente. Eventuele tussentijdse wijzigingen in het kader kunnen door het College, in overleg met de betrokken kindopvangorganisaties, worden vastgesteld. Ten aanzien van de andere onderwerpen wordt verwezen naar het rapport van Sardes. Het gaat om de volgende onderwerpen: toeleiding naar en bereik van VE, bekostiging en financiering van VE, integraal VVE-programma, kwaliteit en kwaliteitszorg voor- en vroegscholen, doorgaande lijn, ouderbetrokkenheid, ondersteuning, samenwerking en andere initiatieven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel