De burgemeester kan bij onderstaande strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:75a van de Algemene Plaatselijke Verordening opleggen.
Samenscholing en ongeregeldheden (artikel 2:1 APV)
Straatartiest en dergelijke (artikel 2:9 APV)
Ordeverstoring (artikel 2:26 APV)
Vervoer inbrekerswerktuig (artikel 2:44 APV)
Vervoer geprepareerde voertuigen (artikel 2:44a APV)
Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen (artikel 2:47 APV)
Drankgebruik (artikel 2:48 APV)
Hinderlijk gedrag bij of in gebouwen (artikel 2:49 APV)
Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke gebouwen (artikel 2:50 APV)
Bedelarij (artikel 2:65 APV)
Drugshandel op straat (artikel 2:74 APV)
Straatprostitutie (artikel 3:19 APV)
Gebiedsontzeggingen (artikel 2:75a APV)
Baldadigheid (artikel 424 Wetboek van Strafrecht)
Lokaalvredebreuk (artikel 139 Wetboek van Strafrecht)
Openlijke geweldpleging (artikel 141 Wetboek van Strafrecht)
Vernieling van gebouwen (artikel 170 Wetboek van Strafrecht)
Bedreiging met geweldpleging (artikel 285 Wetboek van Strafrecht)
Mishandeling (artikel 300 en 301 Wetboek van Strafrecht)
Vernieling (artikel 350 Wetboek van Strafrecht)
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en veiligheid ook voor andere strafbare feiten en openbare orde verstorende handelingen een gebiedsontzegging op grond van artikel 2:75a van de Algemene Plaatselijke Verordening opleggen.
Artikel 1
Aanleiding gebiedsontzegging
Onderdeel van Beleidsregels Gebiedsontzeggingen artikel 2:75a Algemene Plaatselijke Verordening