Er geldt een antispeculatie-bepaling bij toekenning aanpassing woning in eigendom met een aan- of uitbouw: de eigenaar is verplicht een percentage van de meerwaarde van de aan- of uitbouw aan de gemeente terug te betalen bij verkoop van de woning. Hiervoor is de volgende tabel van toepassing:
Percentage tabel:
Voor het 1e jaar, 100 % van de meerwaarde
Voor het 2e jaar, 90 % van de meerwaarde
Voor het 3e jaar, 80 % van de meerwaarde
Voor het 4e jaar, 70 % van de meerwaarde
Voor het 5e jaar, 60 % van de meerwaarde
Voor het 6e jaar, 50 % van de meerwaarde
Voor het 7e jaar, 40 % van de meerwaarde
Voor het 8e jaar, 30 % van de meerwaarde
Voor het 9e jaar, 20 % van de meerwaarde
Voor het 10e jaar, 10 % van de meerwaarde
Er volgt alleen pgb voor aanpassing van een woonschip of woonwagen als:
de technische levensduur nog minimaal 5 jaar is;
de lig/standplaats niet binnen 5 jaar voor opheffing in aanmerking komt;
indien er sprake is van een adres als vermeld in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens.
Een pgb voor een woningsanering is mogelijk waar dit noodzakelijk is als gevolg van COPD of allergieën en er sprake is van onverwachte kosten. Woningsanering is mogelijk met een medische diagnose. Er is daarbij een vergoeding mogelijk voor vervanging van gordijnen en vloerbedekking volgens onderstaand percentage tabel:
Nieuwer dan 2 jaar 100 %
Nieuwer dan 4 jaar 75 %
Nieuwer dan 6 jaar 50 %
Nieuwer dan 8 jaar 25 %
Ouder dan 8 jaar geen vergoeding
Een pgb voor een uitraaskamer kan worden toegekend met als doel de mogelijkheid om tot rust te komen door afzondering. Daarvoor is onafhankelijk medisch advies vooraf noodzakelijk. Voorliggend is de Safespace (veiligbed.nl).
Toelichting bij het artikel over de uitraaskamer (artikel 2.7 lid 4):
Over een uitraasruimte is niets geregeld in de Wmo. Door gemeenten wordt vaak in de verordening een regeling opgenomen over het toekennen van een voorziening in de vorm van een uitraasruimte.
De uitraasruimte is bedoeld voor mensen met een gedragsstoornis die leidt tot ernstig ontremd gedrag. Of hiervan sprake is zal moeten worden vastgesteld door een pedagoog, psycholoog of orthopedagoog, soms een psychiater. Het moet ook gaan om gedrag zonder remmingen, oftewel gedrag dat niet of slechts met moeite is te corrigeren. Of aan de criteria is voldaan zal ook weer objectief moeten worden vastgesteld in het kader van het doel van de voorziening. Het doel is niet therapeutisch; de uitraaskamer is bedoeld om iemand af te zonderen en tot rust te laten komen.
Hoe groot een uitraaskamer moet zijn en hoe deze moet worden ingericht, zal uit het ingewonnen advies moeten blijken. Een en ander hangt af van de individuele situatie. Er zijn dan ook geen wettelijke eisen. De uitraasruimte is in principe een kleine, veilige en prikkelarme kamer van beperkte omvang (6 - 9 m2) waar men enige tijd moet kunnen verblijven. In principe wordt een bestaande ruimte ingericht als uitraaskamer zoals een bestaande (slaap)kamer. Uitsluitend wanneer er sprake is van ergonomische problemen die maken dat er geen bestaande (slaap)kamer aangepast kan worden, kan hiervoor een extra ruimte gerealiseerd worden. Het moet leiden tot een veilige situatie, waarin de gebruiker van de kamer geen schade kan aanrichten aan zichzelf en aan zijn omgeving. De kamer zal dus goed en veilig moeten kunnen worden afgesloten. Eventuele radiatoren moeten worden aangepast of weggewerkt. De wanden kunnen indien nodig worden gecapitonneerd. Omdat er sprake is van ernstig ontremd gedrag kunnen er geen losse zaken in de uitraaskamer staan.
De kosten om de kamer in een bepaalde rustgevende tint te schilderen of een geluidsinstallatie voor rustgevende muziek, of een voorziening om eventuele hulpverleners een verblijf te bieden, worden niet vergoed. Ook de kosten voor voorzieningen om overlast voor huisgenoten af anderen te beperken worden niet vergoed of verstrekt.
Alleen wanneer er sprake is van een langdurige noodzaak wordt een uitraasruimte verstrekt. Hiervan is geen sprake bij:
een op handen zijnde uithuisplaatsing, of
een door het Centraal Indicatie orgaan Zorg (CIZ) gestelde indicatie voor opname in een Wlz-instelling, waarvoor iemand op een wachtlijst staat.
Uitraasruimte - jurisprudentie
In het verleden was de uitraasruimte opgenomen in de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg).
De uitraasruimte was gedefinieerd als 'een verblijfsruimte waarin een gehandicapte die vanwege een gedragsstoornis ernstig ontremd gedrag vertoont zich kan afzonderen of tot rust kan komen'.
Met de inwerkingtreding van de Wmo 2007 is de uitraasruimte niet expliciet teruggekomen in de wet. Ook in de Wmo 2015 is de uitraasruimte niet opgenomen. Het is echter niet de bedoeling geweest van de wetgever om het inhoudelijke beleidsterrein breder of smaller te maken met de komst van de nieuwe wetten. Daarom moet ervan uitgegaan worden dat de uitraasruimte toch als woonvoorziening onder de Wmo en Wmo 2015 valt. In de wet zelf is deze dus nergens expliciet beschreven, maar veel gemeenten hebben de uitraasruimte wel in hun gemeentelijk beleid opgenomen.
Een recente hoger beroepsuitspraak over de uitraasruimte is niet bekend.
In de uitspraak van de Centrale Raad van 8 augustus 2017 wordt de uitraasruimte wel genoemd, maar daar gaat het om de vraag of vergoeding van extra stroomkosten voor de verwarming van een uitraasruimte terecht is afgewezen. De Centrale Raad oordeelt daar dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt dat de stroomkosten waarvoor zij vergoeding vraagt, puur het gevolg zijn van het gebruik van de elektrische vloerverwarming van de uitraasruimte.
Hoofdstuk
Artikel 2.7
Bijzondere woonvoorzieningen en bepalingen
Onderdeel van Nadere regels behorende bij de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Gooise Meren 2020