Naar hoofdinhoud
De raadsleden, respectievelijk de burgerleden, en andere aanwezigen spreken vanaf hun plaats of van de in de raadzaal aangewezen spreekplaats met (interruptie)microfoon en richten zich tot de (raads)voorzitter. Bij bijzondere gelegenheden kan de (raads)voorzitter bepalen dat de raadsleden, respectievelijk de burgerleden, en de andere aanwezigen vanaf een andere plaats spreken.

Rechtspraak bij dit artikel