Een raadslid, respectievelijk een burgerlid, voert het woord na het aan de (raads)voorzitter gevraagd en verkregen te hebben. De (raads)voorzitter bepaalt de volgorde van sprekers.
De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd wanneer een raadslid, respectievelijk burgerlid, het woord vraagt over de orde van de vergadering.
Hoofdstuk 5
Artikel 36