Naar hoofdinhoud
6.1. Kosten voor bewindvoering Algemeen Er dient een onderscheid te worden gemaakt in de kosten van vrijwillige- en verplichte bewindvoering. Als de kantonrechter op grond van artikel 1:431 e.v. Burgerlijk Wetboek de noodzaak tot onderbewindstelling heeft beoordeeld en vastgesteld, bestaat er voor het college geen vrijheid meer de onderbewindstelling te beoordelen en evenmin om te bezien of er andere oplossingen mogelijk zouden zijn. De met bewindvoering samenhangende kosten komen in deze situatie in aanmerking voor bijzondere bijstand. Als de rechtbank een bewindvoerder benoemt in het kader van de WSNP geldt het Besluit subsidie bewindvoerder schuldsanering als een passende en toereikende voorliggende voorziening. Bij vrijwillige bewindvoering zal er moeten worden beoordeeld of men geen gebruik kan maken van andere voorliggende oplossingen zoals budgetbegeleiding via de Kredietbank Nederland. Voorwaarden Indien er sprake is van verplichte onderbewindstelling kan bijzondere bijstand worden verleend. Als bewijs dient een beschikking van de kantonrechter te worden overgelegd. De hoogte van de bijzondere bijstand wordt volgens de richtlijnen van het Landelijke Overleg Kantonsectorvoorzitters (LOK) vastgesteld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel