Naar hoofdinhoud
De basis van het VTH beleidsplan 2019-2022 bestaat uit een probleem- en risicoanalyse. De probleemanalyse heeft vijf onderdelen: Evaluatie van het oude beleid; Risicoanalyse, prioritering; Taken, capaciteit en geld; Bestuurlijke en maatschappelijke aandachtspunten; Monitoring, weging en conclusies. 3.1.1Evaluatie Toezicht- en Handhavingsbeleid Wabo 2012-2018 Algemeen In 2012 hebben wij voor onze Wabo-taken een integraal toezicht- en handhavingsbeleid vastgesteld. Doelstelling van dit plan was "het waarborgen van een schone, veilige, plezierige en duurzame leefomgeving" voor de inwoners van onze gemeente. Het beleid was opgesteld voor de periode 2012 – 2016. Dit beleid heeft voldaan aan de verwachtingen. Om die reden hebben wij in 2015 de looptijd verlengd met een periode van twee jaar. Een belangrijk motief daarvoor was de ontwikkeling van de Omgevingswet. In eerste instantie was de Omgevingswet aangekondigd voor 2018. Doelstelling was om het nieuwe beleid te baseren op deze wet. De invoering van de Omgevingswet is in elk geval uitgesteld tot 2021. Het is niet wenselijk ons huidige beleid tot 2021 te verlengen. Om die reden is de keuze gemaakt voor een actualisatie op basis van bestaande wetgeving. Evaluatie uitgangspunten bouw- en gebruiksfase In het beleid 2012 - 2018 is een onderverdeling gemaakt in de bouwfase en de gebruiksfase. In de gebruiksfase zijn brandveilig gebruik/brandveiligheid en milieuaspecten samengevoegd. De bouwfase is een proces dat eindigt na realisatie van de bouw/sloop. De gebruiksfase is cyclisch. Risicoanalyse In het beleid was een risicobeoordeling voor de bouw-, sloop en gebruiksfase opgenomen. De score was bepalend voor de diepgang en frequentie van het toezicht. Voor de frequentie was het naleefgedrag niet bepalend. Monitoring was lastig door het gebruik van verschillende systemen. Vanaf 2018 zijn we daarom gestart met een thematische en projectmatige aanpak. Belangrijkste resultaten In de afgelopen programmaperiode hebben wij veel aandacht besteed aan brandveiligheid. Naast toezicht en handhaving is gebruik gemaakt van voorlichting in de vorm van brochures, een pop-up store, aandacht in Breeduit en bedrijfsbezoeken. Deze aanpak heeft goede resultaten opgeleverd. Het aantal geconstateerde overtredingen bij brandveilig gebruik is in de loop van de jaren verminderd. Knelpunten Het beleid 2012-2018 is toegespitst op de Wabo taken voor toezicht en handhaving. In de tussenliggende periode is de wetgeving aangepast en is ook de verplichting opgenomen om voor vergunningverlening een risicoanalyse op te stellen. In het beleid 2012-2018 is opgenomen dat wij naar aanleiding van klachten in actie komen. Het blijkt dat het aantal klachten toeneemt en dat deze een behoorlijk aanslag op de beschikbare capaciteit kunnen geven. De inzet van de gemeente is niet in alle gevallen nodig. Inwoners hebben eigen verantwoordelijkheid en moeten/kunnen elkaar ook aanspreken op overlastsituaties. Om die reden hebben we behoefte aan klachtenbeleid waarin we o.a. aangeven welke klachten prioriteit hebben. In de uitvoeringsprogramma's zijn jaarlijks de consequenties van nieuwe wetgeving uitgewerkt. Het is goed dat in het nieuwe beleidsplan te benoemen. Een voorbeeld is het van kracht worden van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS). Vanwege nieuwe inzichten, ontwikkelingen en veranderde wetgeving is een actualisatie van de risicoanalyse en de toezichts- en handhavingsstrategieën nodig. Ook is het belangrijk de sanctiestrategie te actualiseren. Ontwikkelingen Een belangrijke ontwikkeling is dat interne samenwerking en afstemming in de gemeentelijke taken voor vergunningverlening, toezicht en handhaving steeds meer aandacht krijgt. De toezichthouders op het publiek domein zijn sinds 2014 onderdeel van het team VTH. Ook is er steeds meer nadruk op de samenwerking bij de organisatie van evenementen en de drank- en horecawetgeving. In 2014 is een deel van onze uitvoeringstaken op het gebied van milieu ondergebracht bij de regionale uitvoeringsorganisatie FUMO. Dat betreft vooral de meest risicovolle milieuactiviteiten. De nadruk in de eigen organisatie is daarmee meer verschoven naar toezicht op brandveilig gebruik. Het toezicht wordt steeds meer thematisch-projectmatig georganiseerd. De resultaten zijn positief. Interbestuurlijk toezicht (IBT) De provincie Fryslân heeft de wettelijke verplichting de uitvoering van de Wabo-taken door de gemeenten te controleren en daarover jaarlijks te rapporteren. 3.1.2Risicoanalyse, prioritering Risicogestuurd Het toezicht en toetsing van vergunningaanvragen (en meldingen) is risicogestuurd. Risicosturing houdt in dat bepaalde onderdelen van een aanvraag of melding intensiever en andere onderdelen juist minder uitgebreid worden gecontroleerd. Hieraan zijn beperkingen verbonden (verschillend per wetgevingskader). Voor dit VTH beleidsplan 2019-2022 hebben wij een integrale risicoanalyse uitgevoerd op de belangrijkste taken en relevante activiteiten. Deze analyse is uitgevoerd met intensieve betrokkenheid van onze bestuurders en medewerkers. Door deze werkwijze hebben wij een goede afstemming tussen de bestuurlijke aandachtspunten en de prioriteiten en het inzicht van de vakmensen. De toepassing van de risicoanalyse (zie bijlage 2) is veel breder dan de integrale risicoanalyse voor het strategisch VTH beleid. Er worden ook gedetailleerder risicoanalyses uitgevoerd per deelgebied van taken of deskundigheidsgebied. Dit gebeurt om binnen deze gebieden de inzet van de medewerkers nader te kunnen sturen (capaciteit zo goed mogelijk inzetten, accenten leggen bij de uitvoering). Zo is er voor evenementen een specifieke risicoanalyse. Voor het toetsen en het toezicht houden op de Bouwbesluitvoorschriften hebben wij de risicomatrix verder uitgewerkt. In bijlage 4 hebben we de toets- en toezichtmatrix vergunningen opgenomen. Prioritering In de risicoanalyse hebben we alle VTH-activiteiten verdeeld in prioriteit hoog, middel en laag. In het uitvoeringsprogramma bepalen wij de prioriteiten voor het betreffende jaar. Voor de meest risicovolle activiteiten, prioriteit hoog, zetten wij in de gebruiksfase structureel en planmatig toezicht in. Deze bedrijven en activiteiten controleren wij in de basis 1 keer per 2 jaar. Als blijkt dat een organisatie zich niet houdt aan de voorschriften en er grote risico's zijn voor mens en milieu gaan wij de controle intensiveren. Indien een bedrijf voldoet aan de voorschriften kan er een controle worden overgeslagen. Voor activiteiten met de prioriteit middel en laag werken wij omgevingsgericht. Wij spelen flexibel in op de actuele landelijke en lokale omgevingsvraagstukken. Door middel van het uitvoeren van steekproeven kan worden bepaald of een omgevingsvraagstuk bij ons ook daadwerkelijk speelt. De uitkomsten kunnen worden meegenomen in een gerichte aanpak. De thema's in de gebruiksfase worden jaarlijks vertaald in projectplannen en projectmatig opgepakt. Bij een lagere prioriteit neemt de frequentie en diepgang of omvang van de toetsing of toezicht af ten opzichte van activiteiten met een hogere prioriteit. Binnen marges zetten wij de beschikbare capaciteit zo risicogestuurd en gericht mogelijk in. 3.1.3Taken, capaciteit en geld De beschikbare capaciteit (en geld) moet toereikend zijn om de taken goed te kunnen uitvoeren. In de begroting moet dat worden geborgd. In het jaarlijks op te stellen VTH Uitvoeringsprogramma wordt steeds bepaald of en hoe de beschikbare capaciteit en geld toereikend zijn voor de VTH opgaven (input) waarvoor wij in dat jaar aan de lat staan. Hierbij is rekening gehouden met de prioriteiten uit de risicoanalyse en de bijbehorende toetsniveaus. De basisformatie van het team VTH is opgenomen in bijlage 3. De VTH opgaven waarvoor wij staan worden deels door de FUMO uitgevoerd. De FUMO stemt met de deelnemers af welke capaciteit en geld nodig is voor een goede uitvoering van de VTH taken - die zij voor ons uitvoeren - in het volgende begrotingsjaar. 3.1.4Bestuurlijke en maatschappelijke aandachtspunten Nalevingsbevordering Beheersing van risico’s in de fysieke leefomgeving is een samenspel tussen veel betrokkenen. Het team VTH heeft veel - vooral van wetten en regels afgeleide - instrumenten ter beschikking om gedrag te beïnvloeden en naleving af te dwingen. Hoe essentieel die instrumenten ook zijn, verantwoordelijk gedrag en spontane naleving, rekening houden met elkaar en met omstandigheden, zijn voor veel inwoners en ondernemers de natuurlijke manier van handelen. Wij gaan er vanuit dat het overgrote deel van inwoners en ondernemers uit zichzelf bereid is om de normen die gelden na te leven en de eigen verantwoordelijkheid kan dragen. We maken gebruik van voorlichting en gaan in gesprek, bevestigen gewenst gedrag en nemen obstakels weg die ‘leven en werken volgens de norm’ belemmeren. Ondermijning Sommige gedragingen en activiteiten zijn uit oogpunt van fysieke veiligheid niet heel schadelijk, maar vormen onderdeel van patronen die de rechtstaat op een ander vlak schade doen. De aanpak van ondermijnende criminaliteit is niet langer alleen een taak van de politie en het Openbaar Ministerie. Een effectieve aanpak van de ondermijnende criminaliteit vraagt om een georganiseerde overheid die alle middelen en instrumenten inzet die ze tot haar beschikking heeft. Elke ketenpartner (gemeenten, Openbaar Ministerie, politie, belastingdienst, etc.) kan een bijdrage leveren aan de aanpak. Waar mogelijk willen wij barrières opwerpen, waarmee kan worden voorkomen dat criminele organisaties of personen misbruik maken van legale structuren of zich weten te vestigen. Dit zal zich onder meer uiten in het versterken van de informatiepositie, actualiseren, regionaal afstemmen en consequent uitvoeren van beleid, kritische procedures bij vergunningverlening, subsidies en aanbestedingen, het uitoefenen van toezichts- en handhavingstaken en de strikte toepassing van sancties. Duurzaamheid Wij willen een structureel duurzame samenleving. Kansen die zich bij de uitvoering van de VTH taken aandienen, benutten we zoveel mogelijk. Enerzijds gaat het hier om het inzetten van de wettelijke mogelijkheden om duurzaamheidsmaatregelen af te dwingen of om aan duurzaamheidseisen te voldoen. Anderzijds om het voorlichten en stimuleren om duurzaam handelen te bevorderen. Veiligheid Veel VTH taken zien toe op de zogenaamde fysieke veiligheid. Onze gemeente geeft daarnaast ook aandacht aan de sociale veiligheid. Sociale veiligheid gaat over thema’s als criminaliteit, (uitgaans)geweld, verloedering van de omgeving en het gevoel dat deze thema’s bij de burger oproepen. Wet- en regelgeving bij deze thema’s is vooral terug te vinden in de Algemene plaatselijke verordening en bijzondere wetten, zoals de Drank- en Horecawet, Winkeltijdenwet en dergelijke. Tussen beide typen veiligheid zit in de praktijk overlap. We werken in onze gemeente aan het opstellen van integraal veiligheidsbeleid. De bedoeling is om dit in 2019 vast te stellen. Klachten en meldingen Het oordeel over de uitvoering van VTH taken (en zelfs van de gemeente) wordt in grote mate bepaald door de manier waarop we met klachten en meldingen omgaan. Bij overtreding van een wettelijk voorschrift geldt dat het bestuursorgaan dat bevoegd is om met bestuursdwang of een last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moet maken. Dit wordt ook wel de beginselplicht tot handhaving genoemd. Bij bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan besluiten niet handhavend op te treden. Dit kan bijvoorbeeld wanneer er een concreet zicht op legalisatie bestaat. Daarnaast kan handhavend optreden onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, zodat van optreden in die concrete situatie moet worden afgezien. In de praktijk wordt vaak een beroep gedaan op de 'onevenredigheid van de handhaving'. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de wijze waarop wij klachten en meldingen behandelen. Leefomgeving in samenwerking met wijken en dorpen VTH taken kunnen (en soms: moeten) een belangrijke rol spelen bij de leefomgevingskwaliteit in wijken en dorpen. Onze gemeente werkt samen met betrokken bewoner(sgroepen) om signalen op te vangen en overlast te voorkomen. De gemeente ondersteunt de betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid van bewoners, instellingen en bedrijven waar nodig, door VTH instrumenten in te zetten. 3.1.5Monitoring, weging en conclusies Monitoring Strategische doelen zijn minder specifiek van aard. In de uitvoeringsprogramma’s worden ze met concrete acties specifieker gemaakt, over de uitvoering ervan en de resultaten wordt in het jaarverslag gerapporteerd. De evaluatie in het jaarverslag kan aanleiding zijn om het beleidsplan tussentijds aan te passen/bij te stellen. Weging De gemeente probeert de risico’s voor de leefomgeving beheersbaar te houden door er op toe te zien dat alle gebruikers van de leefomgeving zich aan de regels voor die leefomgeving houden. Beheersing van risico’s richt zich op de twee belangrijkste aspecten: het naleefgedrag van de gebruikers van de leefomgeving en de negatieve effecten in het geval van niet naleving. We bevorderen goede naleving en controleren en handhaven met extra tijd en aandacht de grootste risico’s. Bij de kleinere risico’s kiezen we weloverwogen een passend (lager tot veel lager) controle, toezicht of handhavingsniveau. Conclusies Uit de probleemanalyse wordt duidelijk dat de activiteiten die hoog scoren in de risicomatrix extra aandacht behoeven. Daarnaast voeren we de primaire VTH taken uit en maken we een omslag van output gestuurde resultaatafspraken naar outcome gestuurde resultaatafspraken. De VTH beleidscyclus, de toepassing van de 'Big-8' vraagt nog de nodige extra inspanning om goed te werken. Het is een omvangrijke opgave voor het team VTH om passende, haalbare prioriteiten te stellen en daar naar te handelen. Hierin zal stap-voor-stap geleerd moeten worden. Over een breed geheel van taken (uitvoering, opleiding, doelen, evaluatie) is verbetering mogelijk. Dit beleidsstuk is daarin een belangrijke stap. De samenwerking met partner organisaties (afstemming en uitwisseling van informatie, gezamenlijke leeromgeving) kan hieraan een verdere bijdrage leveren.

Rechtspraak bij dit artikel