Naar hoofdinhoud
Het Rijk is druk bezig met de bundeling van een groot aantal wetten en regels op het gebied van de fysieke leefomgeving in één nieuwe Omgevingswet en vier Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB's). De Omgevingswet bundelt de wetgeving en regels voor ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur, water, gezondheid en cultureel erfgoed. Doelstelling is om alle wet- en regelgeving voor het fysieke leefmilieu, ook uit de APV, in de Omgevingswet te combineren. Met de Omgevingswet wordt het stelsel van ruimtelijke regels volledig herzien. Een ander doel is verbeteren en versnellen van besluitvorming bij initiatieven door middel van participatie. Dit zorgt voor een groter maatschappelijk draagvlak. Daarnaast geeft de Omgevingswet meer ruimte voor lokale en regionale verschillen (grotere bestuurlijke afwegingsruimte). Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) wordt parallel ontwikkeld en beoogt (o.a.) de onderzoekslasten voor initiatiefnemers te verminderen. Het DSO moet regels en (omgevings)plannen beter ontsluiten en een betere ondersteuning geven bij vergunningaanvragen in het digitaal loket. De Omgevingswet is op 22 maart 2016 aangenomen door de Eerste Kamer. Nu de Omgevingswet is aangenomen en gepubliceerd werkt het Rijk hard aan de uitvoeringsregelgeving, aanvullingswetten en de invoeringsregelgeving. De bedoeling is dat de wet op 1 januari 2021 in werking treedt. De wet vraagt om een heel andere werk- en denkwijze van overheden, inwoners en bedrijven. Open, samenhangend, flexibel, uitnodigend en innovatief zijn daarbij de kernwoorden. Het doel van de wet is minder en overzichtelijke regels, meer ruimte voor initiatieven en lokaal maatwerk en het geven en vragen van vertrouwen. Daarbij staat het doel van een initiatief in de fysieke leefomgeving centraal in plaats van de vraag: ‘mag het wel?’ Dit betekent een omslag in de denk- en werkwijze binnen de gemeentelijke organisatie. De houding is: "ja, mits" in plaats van "nee, tenzij". Omdat de Omgevingswet nog verder moet worden uitgewerkt is dit beleidsplan nog gebaseerd op bestaande wet- en regelgeving. Waar dat mogelijk is anticiperen wij op de uitgangspunten van de nieuwe wetgeving. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet bekijken we of het nodig is om ons VTH beleid eerder dan in 2022 aan te passen. Omzetten van ons inrichtingenbestand naar activiteiten De grote lijnen van de wet zijn bekend. Duidelijk is in elk geval dat het begrip inrichting (voor een bedrijf) verdwijnt en wordt vervangen door het begrip (milieubelastende) activiteit. Ook gelden de regels dan voor iedereen die zo'n activiteit uitvoert, ook als die activiteit niet gelijk te stellen is aan 'bedrijfsmatig'. Het omzetten van ons inrichtingenbestand naar activiteiten zal de komende jaren een forse inspanning vragen. Ook is de verwachting dat de rol van toezicht en handhaving alleen maar groter wordt. Wij zijn in 2016 gestart met het project 'Invoering Omgevingswet in Smallingerland'. De Omgevingswet brengt grote veranderingen met zich mee voor Raad, college, ambtelijke organisatie en niet in de laatste plaats ook voor inwoners en ondernemers. Op diverse momenten in de komende jaren worden van raad en college besluiten gevraagd in het invoeringstraject. Vanuit het VTH perspectief zal de komende jaren met name veel aandacht besteed worden aan de volgende zaken: Deregulering, vermindering lasten en regeldruk In wet- en regelgeving is bepaald voor welke activiteiten inwoners en bedrijven een vergunning moeten aanvragen om activiteiten te mogen uitvoeren of ondernemen. Deze regelgeving ontwikkelt zich in die zin, dat de verantwoordelijkheid voor het naleven van wettelijke eisen bij het uitvoeren van activiteiten nadrukkelijker bij de uitvoerder (vaak de aanvrager van de vergunning/initiatiefnemer) komt te liggen. Dit gebeurt door het vervangen van een vergunningplicht door een meldingsplicht of het geheel afschaffen van een vergunningplicht. Dat houdt vaak een verschuiving in van het ‘toestemmen vooraf’ naar het ‘controleren achteraf’ en daarmee een verschuiving van vergunningverlening naar toezicht en handhaving. In het project Invoering Omgevingswet bekijken we welke consequenties dit heeft voor de vergunningverlening. Voor een deel regelt de rijksoverheid dit niet meer, maar komen de kaders voor vergunning- en meldingsplicht in het Omgevingsplan, aangepast aan de lokale wensen in onze gemeente. (Bijna) alle wetten en regels in het fysieke domein worden onder het stelsel van de Omgevingswet gebracht. Tegelijkertijd worden veel Rijksregels afgeschaft, en ligt de keuze voor hoe, en in welke mate, ons gemeentebestuur lokaal wil herreguleren. De Omgevingswet brengt met zich mee dat we de lokale regels kritisch bekijken. We willen aan de ene kant de ruimte voor deregulering benutten, maar ook voldoende waarborgen voor een goede kwaliteit van de leefomgeving vastleggen. Delen van de huidige APV gaan onderdeel uitmaken van het omgevingsplan. Dit maakt het nodig om te bekijken welke onderdelen we nog in de APV moeten regelen. Wij willen in ieder geval alle lokale regels over de fysieke leefomgeving (ook die in de APV) in één regeling onder brengen. Participatie en samenwerken Participatie speelt een steeds belangrijker rol bij ruimtelijke processen. De Omgevingswet zet daarin verdere stappen. Initiatiefnemers moeten de participatie bij hun voornemens gaan organiseren, de Raad kaders stellen bij dit proces, de gemeente toezien op het verloop. Het zal een leerproces worden om in de diverse situaties belangen en eisen van wet en regels in goede besluiten te krijgen. ICT Een praktisch en essentieel onderdeel van de invoering van de omgevingswet is het digitaal stelsel omgevingswet 'DSO', hét ICT fundament. Digitale informatie (zoals nu al de bestemmingsplannen), digitaal communiceren tussen gemeenten en initiatiefnemers (het doorontwikkelde omgevingsloket) en digitaal communiceren tussen overheidspartijen, betekenen veranderingen in de automatisering en in werkwijzen. Ook de participatie zal meer van ICT instrumenten gebruik gaan maken. Uitbreiding van het afwegingskader Met de invoering van de Omgevingswet worden er meer aspecten betrokken bij besluitvorming in het fysieke domein, aspecten die nu niet of beperkt mee worden genomen. Het gaat (bv.) om gezondheid en economie. Niet alleen gaan publiek en privaatrecht elkaar zo ‘ontmoeten’, ook zullen VTH’ers met meer domeinen van het maatschappelijk leven rekening moeten houden.

Rechtspraak bij dit artikel