Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Algemeen afwegingskader

Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp gemeente Emmen 2020

Ten aanzien van elke hulpvraag geldt in zekere zin hetzelfde afwegingskader. De gemeente beoordeelt in iedere situatie in hoeverre de inwoner in staat is om de beperkingen op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te verminderen of op te lossen. Daarnaast beoordeelt de gemeente of gebruikmaking van andere voorzieningen of van overige voorzieningen ook dit resultaat kunnen hebben. Indien bovengenoemde mogelijkheden niet aanwezig zijn, kan de gemeente hulp-op maat bieden. De wet gaat er namelijk van uit dat inwoners zoveel mogelijk de eigen verantwoordelijkheid dragen voor de manier waarop zij hun leven inrichten en deelnemen aan het maatschappelijk leven. Er wordt gewezen op het benutten van de eigen kracht en ook erop dat van inwoners mag worden verwacht dat zij elkaar daarin naar vermogen bijstaan. Tot de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner hoort volgens de wetgever ook dat de inwoner een beroep doet op familie en vrienden – het sociale netwerk – voordat hij of zij bij de gemeente aanklopt voor hulp. In het kort komt het erop neer dat iedere inwoner eerst kijkt wat hij of zij zelf kan doen, wat het sociale netwerk voor hem of haar kan doen of wat de inwoner zelf voor een ander kan doen. Van belang is dat hiermee niet uit het oog wordt verloren dat iedereen een beroep mag doen op de gemeente. Geen enkele inwoner wordt op voorhand uitgezonderd van de toegang tot hulp-op-maat. Iedereen kan zich dus melden bij De Toegang met een hulpvraag. In de volgende paragrafen wordt dit algemene afwegingskader verder uitgewerkt.

Rechtspraak bij dit artikel