Naar hoofdinhoud
1.. Het college beslist op aanvragen om een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 3, onderdeel a, b en c met inachtneming van het bepaalde in de wet en deze verordening. 2.. Het college kan jaarlijks, of indien daar aanleiding toe is, de te vergoeden uren, de maximale uurprijs en vergoedingspercentages per inkomenscategorie, eventuele inkomensgrens voor peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen vaststellen dan wel wijzigen, als bedoeld in artikel 5. 3.. Het college kan bij nadere regels en aanvullende kwaliteitseisen stellen inzake de uitvoering van peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen, de te voeren administratie, de te verantwoorden gegevens. 4.. Het college kan een toezichthouder aanwijzen voor de controle op de kwaliteit van de (VE)- peuterplaatsen. 5.. Het college stelt nadere regels op over de indicering VE en kan een indicatieadviseur aanwijzen. 6.. Het college kan de tegemoetkomingen en vergoedingen lager vaststellen dan wel intrekken indien niet is voldaan aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen voor peuterplaatsen en VE-peuterplaatsen zoals vermeld in deze verordening. Danwel de verlening van de tegemoetkoming /vergoeding was gebaseerd op onjuiste informatie. 7.. Het college stelt jaarlijks de VE-vergoeding vast die instellingen ontvangen per VE-peuter per uur, als bedoeld in artikel 5. 8.. In afwijking van artikel 12, eerste lid en artikel 13 derde lid kan het college de tegemoetkoming voor (VE)-peuterplaatsen direct vaststellen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel