Elke gemeente kan bij besluit van het college de deelneming aan deze regeling opzeggen per de datum waarop het vierjaarlijkse (Europese) aanbestedingscontract inzake het onderhoud van de openbare verlichting eindigt, zulks met in achtneming van een voorafgaande opzegtermijn van dertien maanden. Bedoelde besluiten worden gemotiveerd en per aangetekend schrijven terstond ter kennis gebracht van het Algemeen Bestuur.
Het Algemeen Bestuur regelt de financiële verplichtingen alsmede de overige gevolgen van de uittreding en houdt daarbij rekening met de door het Algemeen Bestuur vastgelegde uitgangspunten en een berekeningswijze voor toetreding en uittreding en de frictiekosten van het Bureau Openbare Verlichting.
In afwachting van de in het tweede lid bedoelde regeling voor de uittredende gemeente zal de uittreding niet worden geëffectueerd. Gedurende de periode tussen opzegging en effectuering daarvan is de opzeggende gemeente gehouden al haar verplichtingen na te komen.
Onverminderd het bepaalde in het tweede en derde lid, kan indien het Algemeen Bestuur daartoe besluit, in afwijking van de in het eerste lid genoemde termijn een kortere termijn worden toegestaan.
Van elk besluit tot uittreding van een gemeente wordt terstond kennis gegeven aan de Colleges en Gedeputeerde Staten.
HOOFDSTUK 12
Artikel 34
Artikel 34
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU OPENBARE VERLICHTING