De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd.
Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats indien de Colleges van ten minste tweederde van de gemeenten daartoe besluiten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de Colleges van ten minste tweederde van de gemeenten.
Indien een voorstel als bedoeld in het voorgaande lid uitgaat van de Colleges van de betreffende gemeenten wordt het bij het Algemeen Bestuur ingediend. Het Algemeen Bestuur legt het voorstel ter beslissing voor aan de Colleges van de gemeenten.
In geval van opheffing van de regeling stelt het Algemeen Bestuur een regeling vast met betrekking tot de gevolgen van de opheffing, daarbij rekening houdend met de datum waarop het vierjaarlijkse (Europese) aanbestedingscontract inzake van het onderhoud van de openbare verlichting eindigt. Deze regeling voorziet in elk geval in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen van het Bureau Openbare Verlichting over de deelnemers te verdelen op een in de regeling te bepalen wijze.
Zo nodig blijven de bestuursorganen functioneren tot de liquidatie voltooid is.
Van elk besluit tot opheffing of wijziging van de regeling wordt terstond bericht gezonden aan de Raden en Gedeputeerde Staten.
HOOFDSTUK 12
Artikel 35
Artikel 35
Onderdeel van GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BUREAU OPENBARE VERLICHTING