Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2.1.

Wegvakken

Onderdeel van Wegencategoriseringsplan en addendum

Tabel 4 en 5 geven inzicht in de basiskenmerken voor wegvakken binnen en buiten de bebouwde kom. Bij het (her)inrichten van wegen dienen de onderstaande kenmerken als uitgangspunt worden genomen. Herkenbaarheidskenmerkenbinnen de bebouwde kom (BIBEKO) Essentiele herkenbaarheidskenmerken GOW ETW I ETW II Snelheid 50 50/30 30 Kantmarkering Onderbroken kantmarkering (3-1, 10 cm breed) of trottoirband Geen kantmarkering Geen kantmarkering Rijrichtingscheiding Dubbele asstreep of middenberm Geen Geen Voorkeurskenmerken Intensiteiten >4.000 mvt/etmaal 2.500–5.000 mvt/etmaal < 3.000 mvt/etmaal Fiets Vrijliggend fietspad/ fietsstrook (>2m) Rijbaan of Ifiets > 500 /etmaal: Fietsstroken Rijbaan of hoge intensiteiten fietsers: Fietsstraat Busroute Ja Ja Bij voorkeur niet Verhardingsbreedte rijbaan 5,50m – 7,30m 5,80m – 6,50m 4,80m – 6m Verhardingssoort Asfalt Asfalt/ elementverharding Elementverharding Parkeren Niet Buiten de rijbaan Op de rijbaan OV-haltes In de havens Op de rijbaan Op de rijbaan Tabel 4: Herkenbaarheidskenmerken binnen de bebouwde kom Herkenbaarheidskenmerken buiten de bebouwde kom (BUBEKO) Essentiele herkenbaarheidskenmerken GOW ETW I ETW II Snelheid 80 60 60 Kantmarkering Ja (3-1, 15 cm breed) Ja, mits er geen fietsstroken aanwezig zijn (3-1, 10 cm breed) Nee Rijrichtingscheiding Dubbele asstreep of middenberm Geen Geen Voorkeurskenmerken Intensiteiten > 4.000 mvt/etmaal 2.000–5.000 mvt/etmaal < 2.500 mvt/etmaal Fiets Vrijliggend fietspad Fietspad bij hoge intensiteiten fietsers of fietsstrook bij lagere intensiteiten Rijbaan Busroute Ja Ja Nee Verhardingsbreedte rijbaan 7,50m 6,50m 5,00m Verhardingssoort Asfalt Asfalt Asfalt OV-haltes In de havens Op de rijbaan Op de rijbaan Tabel 5: Herkenbaarheidskenmerken buiten de bebouwde kom Toepassen herkenbaarheidskenmerken bij conflicterende belangen Wanneer het niet mogelijk blijkt om alle conflicterende belangen te honoreren, wordt nagegaan of conflicten kunnen worden beperkt. Bijvoorbeeld door bepaalde verkeerssoorten een andere route te geven waardoor de noodzaak van een ‘separate’ voorziening vervalt. Indien de gewenste weginrichting niet ‘past’, dan dienen aanvullend maatregelen te worden getroffen, zodat de mogelijke conflicten worden beheerst. Alles draait hierbij om veilige snelheden en geloofwaardige snelheidslimieten. Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn: Teruggaan naar minimale maatvoering in het dwarsprofiel; Toevoegen van snelheidsremmende maatregelen op wegvakken en/of kruispunten; Handhaving op rijsnelheden met aanvullende voorlichting; Lokaal aanpassen van de snelheidslimiet naar één snelheidsklasse lager. Indien de minimale maatvoering, snelheidsremmende maatregelen of het terugbrengen van de maximumsnelheid onvoldoende veiligheid biedt en niet meer geloofwaardig en herkenbaar overkomt, dient teruggegaan te worden naar de eerste stappen waarbij alsnog de functie en wegcategorie heroverwogen dient te worden.

Rechtspraak bij dit artikel