Tabel 4 en 5 geven inzicht in de basiskenmerken voor wegvakken binnen en buiten de bebouwde kom. Bij het (her)inrichten van wegen dienen de onderstaande kenmerken als uitgangspunt worden genomen.
Herkenbaarheidskenmerkenbinnen de bebouwde kom (BIBEKO)
Essentiele herkenbaarheidskenmerken
GOW
ETW I
ETW II
Snelheid
50
50/30
30
Kantmarkering
Onderbroken kantmarkering (3-1, 10 cm breed) of trottoirband
Geen kantmarkering
Geen kantmarkering
Rijrichtingscheiding
Dubbele asstreep of middenberm
Geen
Geen
Voorkeurskenmerken
Intensiteiten
>4.000 mvt/etmaal
2.500–5.000 mvt/etmaal
< 3.000 mvt/etmaal
Fiets
Vrijliggend fietspad/ fietsstrook (>2m)
Rijbaan of Ifiets > 500 /etmaal: Fietsstroken
Rijbaan of hoge intensiteiten fietsers: Fietsstraat
Busroute
Ja
Ja
Bij voorkeur niet
Verhardingsbreedte rijbaan
5,50m – 7,30m
5,80m – 6,50m
4,80m – 6m
Verhardingssoort
Asfalt
Asfalt/ elementverharding
Elementverharding
Parkeren
Niet
Buiten de rijbaan
Op de rijbaan
OV-haltes
In de havens
Op de rijbaan
Op de rijbaan
Tabel 4: Herkenbaarheidskenmerken binnen de bebouwde kom
Herkenbaarheidskenmerken buiten de bebouwde kom (BUBEKO)
Essentiele herkenbaarheidskenmerken
GOW
ETW I
ETW II
Snelheid
80
60
60
Kantmarkering
Ja (3-1, 15 cm breed)
Ja, mits er geen fietsstroken aanwezig zijn (3-1, 10 cm breed)
Nee
Rijrichtingscheiding
Dubbele asstreep of middenberm
Geen
Geen
Voorkeurskenmerken
Intensiteiten
> 4.000 mvt/etmaal
2.000–5.000 mvt/etmaal
< 2.500 mvt/etmaal
Fiets
Vrijliggend fietspad
Fietspad bij hoge intensiteiten fietsers of fietsstrook bij lagere intensiteiten
Rijbaan
Busroute
Ja
Ja
Nee
Verhardingsbreedte rijbaan
7,50m
6,50m
5,00m
Verhardingssoort
Asfalt
Asfalt
Asfalt
OV-haltes
In de havens
Op de rijbaan
Op de rijbaan
Tabel 5: Herkenbaarheidskenmerken buiten de bebouwde kom
Toepassen herkenbaarheidskenmerken bij conflicterende belangen
Wanneer het niet mogelijk blijkt om alle conflicterende belangen te honoreren, wordt nagegaan of conflicten kunnen worden beperkt. Bijvoorbeeld door bepaalde verkeerssoorten een andere route te geven waardoor de noodzaak van een ‘separate’ voorziening vervalt. Indien de gewenste weginrichting niet ‘past’, dan dienen aanvullend maatregelen te worden getroffen, zodat de mogelijke conflicten worden beheerst. Alles draait hierbij om veilige snelheden en geloofwaardige snelheidslimieten. Voorbeelden van beheersmaatregelen zijn:
Teruggaan naar minimale maatvoering in het dwarsprofiel;
Toevoegen van snelheidsremmende maatregelen op wegvakken en/of kruispunten;
Handhaving op rijsnelheden met aanvullende voorlichting;
Lokaal aanpassen van de snelheidslimiet naar één snelheidsklasse lager.
Indien de minimale maatvoering, snelheidsremmende maatregelen of het terugbrengen van de maximumsnelheid onvoldoende veiligheid biedt en niet meer geloofwaardig en herkenbaar overkomt, dient teruggegaan te worden naar de eerste stappen waarbij alsnog de functie en wegcategorie heroverwogen dient te worden.