Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2.2.

Kruispunten

Onderdeel van Wegencategoriseringsplan en addendum

In algemene zin is de voorrangssituatie op kruispunten vanuit de Duurzaam Veilig filosofie helder. Het toepassen van voorrangsmaatregelen geschiedt primair vanuit de hiërarchie in de wegenstructuur. Alle wegbeherende instanties zijn in een convenant overeengekomen (Startprogramma duurzaam veilig, december 1997), dat op alle kruispunten in wegen buiten de verblijfsgebieden (dus de stroom- en gebiedsontsluitingswegen) binnen en buiten de bebouwde kom de voorrang door middel van verkeersborden of andere infrastructurele maatregen per locatie is geregeld. In juridische zin is de voorrangssituatie echter niet expliciet gekoppeld aan de functie van de weg, maar aan de maximum snelheid. Wij merken hierbij op dat indien de functionele indeling van wegen met bijbehorende snelheden consequent wordt doorgevoerd, de voorrangssituatie feitelijk impliciet is gekoppeld aan de functie van de weg. Op wegen met een (zonale) snelheidslimiet van 30 km/uur mag de voorrang, behoudens in enkele uitzonderingssituaties, niet worden geregeld. Met andere woorden, het is op dergelijke wegen niet toegestaan de borden B6 (RVV 1990) op de zijweg en de borden B3 en B4 of B5 (RVV 1990) op de hoofdrijbaan te plaatsen. Uitzonderingen hierop vormen de kruispunten met solitaire fiets- en bromfietspaden, kruispunten met hoofdfietsroutes die als zodanig herkenbaar zijn en die een ondergeschikte functie vervullen voor gemotoriseerd verkeer en kruispunten met busbanen. Binnen 30 km/uur gebieden mag overigens wel gewerkt worden met uitritconstructies, waarmee de ‘voorrang’ niet wordt geregeld maar de ‘doorgang’. In dergelijke situaties hebben ook voetgangers voorrang. Wellicht ten overvloede merken wij op dat ook het instellen van een voorrangsweg (bord B1 RVV 1990) niet is toegestaan op 30 km/uur wegen. Aan de andere kant van het (snelheids)spectrum, op auto(snel)wegen, moet de voorrang juist worden geregeld door middel van de aanduiding voorrangsweg. Op alle overige wegen met een hogere snelheidslimiet dan 30 km/uur mag de voorrang worden geregeld (hoewel het convenant aangeeft dat de voorrang op gebiedsontsluitingswegen en stroomwegen geregeld moet zijn). Deze voorrangsregeling kan worden geëffectueerd door het realiseren van voorrangskruispunten of door het instellen van een voorrangsweg. De aanduiding voorrangsweg is echter niet toegestaan op wegen met een (zonale) snelheidslimiet van 60 km/uur. Volgens hoofdstuk 2 “Verkeersborden” (paragraaf 2 Algemene bepalingen ten aanzien van plaatsing van verkeersborden) van het BABW mag op wegen met een maximum snelheid van 60 km/uur de voorrang wel worden geregeld, maar mag er geen sprake zijn van een voorrangsweg. Met andere woorden 60 km/uur wegen kunnen alleen worden voorzien van voorrangskruispunten. Uitgangspunten vormgeving kruispunten De uitwisseling van verkeer vindt vooral plaats op de kruispunten, hier vinden dan ook de conflicten tussen de verschillende verkeersdeelnemers plaats. In een zorgvuldig duurzaam veilig ingericht netwerk wordt op een consequente manier omgegaan met conflicterende verkeersbewegingen. Het verlenen of krijgen van voorrang volgt logisch uit de inrichting van de weg. Om dit mogelijk te maken zijn principe afspraken noodzakelijk over wie prioriteit krijgt op een kruispunt. De gemeente Lingewaard hanteert de volgende uitgangspunten bij het vormgeven van kruispunten: Verkeer dat op een gebiedsontsluitingsweg rijdt, heeft prioriteit (en krijgt dus voorrang) boven verkeer op een erftoegangsweg; Verkeer dat op een ETW type I (50 km/u) rijdt heeft prioriteit (en krijgt dus voorrang) boven verkeer op een ETW type II (30 km/u); Erftoegangswegen type II die elkaar kruisen worden als gelijkwaardig kruispunt ingericht; Indien een regionale snelfietsroute een gebiedsontsluitingsweg kruist dan bij voorkeur ongelijkvloers; Een hoofdfietsroute heeft bij voorkeur prioriteit boven verkeer op een erftoegangsweg. Tabel 6 is samengesteld vanuit de voorgeschreven oplossingen in bestaande richtlijnen. Niet alle typen kruispunten en aansluitingen komen bij alle wegcategorieën voor of zijn vanuit verkeersveiligheid gewenst. Daarnaast zijn kruispunten en kruisingen mogelijk met solitaire fietsroutes of busbanen. In tabel 6 zijn voor alle mogelijke combinaties de voorkeursoplossing opgenomen. Kruisingen GOW ETW I ETW II GOW Rotonde / VRI Voorrangskruispunt GOW in de voorrang Voorrangskruispunt GOW in de voorrang ETW I Voorrangskruispunt GOW in de voorrang Voorrangskruispunt Voorrangskruispunt / uitritconstructie ETW I in de voorrang ETW II Voorrangskruispunt GOW in de voorrang Voorrangskruispunt / uitritconstructie ETW I in de voorrang Gelijkwaardig Regionale snelfietsroute Ongelijkvloers Fiets in de voorrang Fiets in de voorrang Hoofdfietsroute Fiets uit de voorrang Fiets in de voorrang Fiets in de voorrang Snelheids-beperkende maatregelen Beperkt, alleen bij kruisingen Ja Ja Tabel 6: Voorkeursoplossingen kruispunten

Rechtspraak bij dit artikel