Bij inzet van een pgb is de budgetbeheerder verantwoordelijk voor de besteding van het pgb. De budgetbeheerder is in de meeste gevallen één van de (gezaghebbende) ouder/gezaghebbende van de jeugdige.
Om een pgb te kunnen beheren dient de beoogde budgetbeheerder over de nodige vaardigheden te beschikken. In het gesprek met de beoogde budgetbeheerder toetst het college of deze persoon zich voldoende bewust is van de gevraagde vaardigheden en aannemelijk kan maken dat hij over deze vaardigheden beschikt. Daarnaast dient het zorg- en budgetplan als toets voor de benodigde vaardigheden. De ouder dient het zorg- en budgetplan daarom zelfstandig op te stellen, zonder hulp van het college. Personen uit het sociale netwerk van de ouder kunnen de ouder ondersteunen bij het opstellen van het zorg- en budgetplan. Zij kunnen immers ook ondersteunen bij het beheer van het pgb.
Het beheren van een pgb vraagt de volgende vaardigheden:
De ouder heeft overzicht over de situatie en kan aangeven welke zorg de jeugdige nodig heeft.
De ouder weet welke regels horen bij een pgb en waar deze te vinden zijn. De ouder kan omgaan met computer en e-mail om o.a. informatie op de website van de verstrekker van het pgb te kunnen vinden. Ook is de ouder in staat om de nodige informatie te vinden over werkgeverschap.
De ouder is in staat om een overzichtelijke pgb administratie bij te houden.
De ouder is in staat om zelfverzekerd te communiceren met de gemeente, SVB en zorgverleners. Dat betekent tijdig en adequaat beantwoorden van brieven, telefoongesprekken voeren en tijdig veranderingen doorgeven.
De ouder is in staat om bij formele hulp te toetsen of de aanbieder aan de criteria voldoet (zie artikel 4.5). Bij twijfel vraagt het college bij de ouder relevante documenten op om te toetsen of de hulpverlener aan de benodigde eisen voldoet.
De ouder kan zelfstandig handelen en zelf voor zorgverleners kiezen. Dat betekent dat de ouder zelf afspraken kan maken over de te verlenen zorg, een uurtarief afspreken, afspraken maken over vervanging bij ziekte.
De ouder is in staat om zelf zorgverleners te kiezen die goed bij de situatie passen.
De ouder kan zelf afspraken maken met de zorgverlener en zich daaraan houden.
De ouder kan controleren of de zorgverlening volgens afspraak verloopt, of de kwaliteit voldoende is en wanneer dit niet het geval is adequaat kunnen ingrijpen.
De ouder is in staat om te zorgen voor continuïteit van zorg door afspraken te maken en bewaken over ziekte en vakantie van zorgverleners.
De ouder is in staat om goed duidelijk te maken aan de zorgverlener wat er moet gebeuren.
De ouder moet aan de gemeente kunnen verantwoorden dat de zorg is verleent overeenkomstig het toegekende budget en het zorg- en budgetplan.
De hulp moet in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht worden verleend en is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder. Het college kan hierop toezien door bijvoorbeeld 'het plan' (hulpverleningsplan of plan van aanpak) op te vragen. Door dit te vergelijken met de zelf opgestelde doelen kan een beeld gevormd worden over de doelgerichtheid en doelmatigheid van de jeugdhulp.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.3
Pgb beheer en vaardigheid
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet 2020 gemeente Nissewaard