In een aantal gevallen is op voorhand duidelijk dat een beoogde budgetbeheerder onvoldoende in staat is om het beheer over het pgb adequaat uit te voeren. De ouder of diens (wettelijk) vertegenwoordiger als beoogde budgetbeheerder wordt door het college niet in staat geacht de aan het pgb verbonden taken verantwoord uit te kunnen voeren als er sprake is van één of meer van de volgende omstandigheden:
Schuldenproblematiek
Verslavingsproblematiek
Aangetoonde fraude begaan in de vier (4) jaar voorafgaand aan de aanvraag
Dak- of thuisloosheid
Het onvoldoende machtig zijn van de Nederlandse taak in woord en geschrift
De (wettelijk) vertegenwoordiger geen Verklaring omtrent gedrag (hierna VOG) kan voorleggen.
Er kunnen, naast de eerder genoemde omstandigheden, ook twijfels zijn op andere gronden over de pgb-vaardigheid van de ouder, dan wel vertegenwoordiger, waardoor sterk de indruk bestaat dat iemand niet in staat is om een pgb te beheren. Een beslissing hieromtrent dient goed onderbouwd en gemotiveerd te worden.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4
Contra-indicaties budgetbeheer
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdwet 2020 gemeente Nissewaard