14.1.. Een persoon als bedoeld in artikel 1.1.g., onderdeel 5 en 6 van de wet kan voor de in artikelen 3.1.b., 3.2.a. en 3.2.b. vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht, indien beperkingen een aanpassing aan de woning noodzakelijk maken om een normaal gebruik van de woning of het voeren van de huishouding mogelijk te maken.

14.2.. Het college stelt nadere regels vast ten aanzien van het bepaalde in 14.1.