1.1Inleiding
De bijzondere bijstand maakt onderdeel uit van de Participatiewet.
De doelstelling van de Participatiewet is om iedereen met arbeidsvermogen toe te leiden naar werk, bij voorkeur regulier werk. Wie (nog) niet kan werken, moet naar vermogen mee (kunnen) doen (participeren).
1.2Algemene bijstand en bijzondere bijstand
In artikel 5 van de Participatiewet wordt er onderscheid gemaakt tussen algemene en bijzondere bijstand.
Algemene bijstand
Algemene bijstand is bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan.
Bijzondere bijstand
Bijzondere bijstand is bijstand voor de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan. Het kan gaan om periodieke of incidentele kosten.
De bijzondere bijstand is met de komst van de Participatiewet geïndividualiseerd. Dit moet ervoor zorgen dat bijzondere bijstand alleen terecht komt bij inwoners die dit echt nodig hebben en alleen beschikbaar is voor daadwerkelijk gemaakte kosten.
De Participatiewet beperkt de mogelijkheden voor categoriale bijzondere bijstand. Inkomensondersteuning aan groepen inwoners voor aannemelijke kosten die verband houden met kenmerken van de groep waar toe ze behoren, is niet toegestaan. Enige uitzondering is het aanbieden van een collectieve zorgverzekering aan minima.
1.3Beleidsregel bijzondere bijstand
In deze beleidsregel worden de mogelijkheden van de bijzondere bijstand beschreven. Uit de praktijk blijkt namelijk dat een doelmatig en duidelijk beleid noodzakelijk is. Ruimhartig om de armoede voor de doelgroep te bestrijden en duidelijk om een eenduidig en rechtvaardig beleid te kunnen voeren voor de inwoners (rechtsgelijkheid en rechtszekerheid). Deze beleidsregel is een leidraad en bevat geen uitputtende lijst van kostensoorten. Bijzondere bijstand is altijd maatwerk. Op basis van een individuele beoordeling wordt beoordeeld of kosten noodzakelijk en bijzonder zijn. Deze beoordeling is aan het college.
Hoofdstuk
Artikel 1.