Bij de uitoefening van de gemandateerde en ondergemandateerde bevoegdheden wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wetten, besluiten, verordeningen, circulaires en richtlijnen voor / van rijks- en provinciale overheden of zelfstandige bestuursorganen, het door het ter zake bevoegde bestuursorgaan vastgestelde algemene beleid en de bijzonderheden, vermeld in het overzicht, in acht genomen.