**1..** Het college besluit om van verdere invordering af te zien als:
Het een vordering is op grond van artikel 58 lid 2 Participatiewet of artikel 25 lid 2 IOAW en IOAZ én;
De debiteur door de aflossing op de vordering gedurende drie aaneengesloten jaren slechts heeft kunnen beschikken over een inkomen ter hoogte van 95% van de bijstandsnorm of;
De debiteur gedurende vijf jaren volledig aan de betalingsverplichtingen heeft voldaan en daarbij is blijven beschikken over een inkomen ter hoogte van ten minste de toepasselijke bijstandsnorm of;
De debiteur als bedoeld in onderdeel c gedurende vijf jaren niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag alsnog betaalt.
**2..** Het eerste lid wordt ambtshalve toegepast.
**3..** het eerste lid is niet van toepassing als de vordering wordt gedekt door pand- of hypotheekrecht.
**4..** Van verdere invordering van een vordering op grond van artikel 58 lid 1 Participatiewet wordt na een periode van 10 jaren afgezien als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 58 lid 7 a tot en met c Participatiewet.
**5..** Afzien van verdere invordering van een vordering als bedoeld in artikel 58 lid 7 onderdeel c Participatiewet wordt de extra voorwaarde gesteld dat vaststaat dat er ook in de toekomst geen mogelijkheden zullen zijn om beslag op een inkomensbron te leggen.
**6..** Van verdere invordering van een vordering op grond van artikel 25 lid 1 IOAW of IOAZ wordt na een periode van 10 jaren afgezien als wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 25 lid 6 a tot en met d IOAW of IOAZ.
**7..** Afzien van verdere invordering van een vordering als bedoeld in artikel 25 lid 6 onderdeel c IOAW of IOAZ wordt de extra voorwaarde gesteld dat vaststaat dat er ook in de toekomst geen mogelijkheden zullen zijn om beslag op een inkomensbron te leggen.
Hoofdstuk 3.
Artikel 17.
Afzien van verdere invordering – Participatiewet, IOAW en IOAZ
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Doesburg 2020