4.1 De burgemeester oefent zijn bevoegdheid tot oplegging van een bestuurlijke maatregel slechts uit indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegen gegaan. Voorbeelden van andere geschikte wijzen zijn het voeren van een gesprek, de inzet van buurtbemiddeling, mediation, hulpverlening en/of een door het slachtoffer of de verhuurder van de woning aangespannen civiele procedure. Hierbij ligt de verantwoordelijkheid bij de melder. Er wordt dus een actieve houding van de melder van overlast verwacht. Het verschilt per casus wat andere geschikte wijzen kunnen zijn.
4.2 Per casus wordt beoordeeld of andere geschikte wijzen zijn aangewend. Pas als de burgemeester meent dat er redelijkerwijs geen andere geschikte wijze is om de ernstige hinder tegen te gaan, blijkend uit de omstandigheid dat eerdere maatregelen of acties geen of onvoldoende resultaat leverden, kan hij besluiten een bestuurlijke maatregel op te leggen.