3.1 De bevoegdheid van de burgemeester kan alleen ingezet worden indien de overlast plaatsvindt in of vanuit de woning en/of het bijbehorende erf of de directe omgeving daarvan.
3.2 Aan de hand van concrete, objectieve en controleerbare gegevens moet aannemelijk worden gemaakt dat zich in de woning of een bij die woning behorend erf gedragingen voordoen die ernstige en herhaaldelijke hinder in en rond de woning veroorzaken.
3.3 Ook moet worden beoordeeld of er vanuit de woning of een bij die woning behorend erf overlast en/of ernstige en herhaaldelijke hinder wordt veroorzaakt en bovendien geen andere en geen minder ingrijpende middelen voorhanden zijn om de overlast in voldoende mate te bestrijden.
3.4 Als de gebruiker of ingebruikgever van een woning of een bij die woning behorend erf de zorgplicht uit artikel 151d Gemeentewet schendt is de burgemeester bevoegd tot het opleggen van een bestuurlijke maatregel. Het toepassen van de bestuurlijke maatregel heeft tot doel de hinder te beëindigen en de situatie te herstellen. Op grond van artikel 5:32 Algemene wet bestuursrecht kan de burgemeester in plaats van een last onder bestuursdwang ook een last onder dwangsom opleggen. De burgemeester beoordeelt per geval of er een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom wordt opgelegd.