De bepalingen in dit hoofdstuk zijn, met uitzondering van het bepaalde in artikel 6, lid 1 onder d, niet van toepassing op fraudevorderingen die op of na 1 januari 2013 zijn ontstaan, behalve als dringende redenen daartoe aanleiding geven.
Hoofdstuk 2.
Artikel 4.
Reikwijdte
Onderdeel van Nadere regels terug- en invordering Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ Boxtel 2020