De Wet dieren7Wet dieren. is op 1 januari 2013 in werking getreden. Deze wet omvat een samenhangend stelsel van regels die voornamelijk gehouden dieren (zoals landbouwhuisdieren en gezelschapsdieren) betreffen. Ook dieren die niet worden gehouden vallen hieronder, in het bijzonder door het verbod op dierenmishandeling en door de plicht om hulpbehoevende dieren zorg te verlenen. Er zijn drie Algemene Maatregelen van Bestuur opgesteld ter verduidelijking van de regels:
Het Besluit houders van dieren
Het Besluit gezelschapsdieren
Het Besluit diergeneeskundigen
Met het ingaan van de wet is een aantal bepalingen vervallen van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren en zijn de volgende wetten geheel ingetrokken: de Kaderwet diervoeders, de Diergeneesmiddelenwet, de Wet op de dierenbescherming en de Wet op de uitoefening van de diergeneeskunde 1990. Een belangrijke wijziging ten opzichte van oudere wetgeving is dat de intrinsieke waarde van dieren wordt erkend: dieren zijn levende wezen met een eigenwaarde.8 Idem, Artikel 1.3. Verder is het chippen van honden geregeld en onderzoekt de landelijke overheid de mogelijkheden tot het verplicht stellen van chippen van katten, Tenslotte is er een ‘positieflijst’ voor zoogdieren geïntroduceerd. Dit is een ‘limitatieve lijst van zoogdieren die als huisdier gehouden mogen worden’, om te voorkomen dat exotische (wilde) dieren als huisdier gehouden worden. De lijst zal in de toekomst uitgebreid worden met andere categorieën, zoals reptielen en vogels.