Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 2.2

Wet natuurbescherming 9 Wet natuurbescherming.

Onderdeel van Nota Dierenwelzijn 2020-2024

De Wet natuurbescherming is in 2017 aangenomen en vervangt de Flora- en faunawet, de Boswet en de Natuurbeschermingswet 1998. Deze wet is vooral van toepassing op bescherming van dieren in het wild en hun leefomgeving. 10 Nota Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijn, Dierenbescherming, 2018. Deze wet komt voort uit internationale wetgeving en wordt uitgevoerd vanuit de nationale natuurvisie, vastgesteld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). “De nationale natuurvisie bevat de hoofdlijnen van het te voeren rijksbeleid gericht op het behoud en het zo mogelijk versterken van de biologische diversiteit, het duurzame gebruik van de bestanddelen daarvan en de bescherming van waardevolle landschappen, in nationaal en internationaal verband, en het behoud en het zo mogelijk versterken van de recreatieve, de educatieve en de belevingswaarde van natuur en landschap, in samenhang met het beleid om te komen tot een verduurzaming van de economie.” 11 Wet natuurbescherming. 2.2.1 Aanvullingswet natuur: richting de Omgevingswet Vanaf 2021 wordt de wet natuurbescherming opgenomen in de overkoepelende Omgevingswet.12Aanvullingswet natuur. Deze overgang wordt gefaciliteerd door de Aanvullingswet natuur en waarborgt in de nieuwe Omgevingswet ook de zorgplicht ten aanzien van de natuur, maatregelen die overheden verplicht zijn te nemen om de natuur te beschermen, en specifieke onderwerpen als de bestrijding van overlast gevende dieren zoals de eikenprocessierups. 13 Wetgeving natuurbescherming in Nederland. 2.2.2 De Omgevingswet De Omgevingswet is een overkoepelende wet waarin de regels voor ruimtelijke projecten zijn samengevoegd. Het idee is dat ruimtelijke projecten zo meer worden gefaciliteerd in plaats van tegengewerkt door regelgeving. In de Omgevingswet is het uitgangspunt bij het toetsen van vergunningen ‘Ja, mits’ terwijl dit onder de Flora- en faunawet nog ‘Nee, tenzij’ was. De controlerende taak van de gemeente wordt in dit opzicht dus groter: nadelige gevolgen van projecten moeten duidelijk in kaart zijn om te voorkomen dat er vergunningen worden verleend die schade aan planten en dieren veroorzaken. De Flora- en Faunacheck (zie hoofdstuk 3) is hier een belangrijk middel in.

Rechtspraak bij dit artikel