In het Burgerlijk Wetboek (Boek 5, artikel 8.3)14Burgerlijk Wetboek Boek 5. staat beschreven dat de burgemeester na twee weken bewaring een dier mag overdragen, verkopen, of laten afmaken. De opvang en verzorging gedurende deze tijd vallen onder de verantwoordelijkheid van de gemeente zelf. Verder is de opvang en het vervoer van dieren bij calamiteiten ook onderdeel van de zorgplicht van de gemeente. De gemeente werkt tijdens calamiteiten samen met Politie en Brandweer en de Veiligheidsregio Zaanstreek-Waterland (volgens de Wet Veiligheidsrisico’s).