De secretaris doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het
nalevingtoezicht mededeling aan de beheerders, alsmede, indien hij
daartoe aanleiding vindt, aan het college. Hij geeft daarbij aan welke
voorzieningen naar zijn mening in het belang van een goed beheer moeten
worden getroffen.
Hoofdstuk 3
Artikel 12.