1. Indien het college oordeelt dat de subsidie op basis van werkelijk gemaakte subsidiabele kosten afgerekend dient te worden (zie artikel 4 lid 1 onder b), verzoekt het college bij het in artikel 4 lid 3 genoemde besluit de subsidieontvanger een overzicht in te dienen van de werkelijke reeds gemaakte subsidiabele kosten. Een subsidieontvanger kan bij het onder artikel 3 genoemde verzoek uit eigen beweging een overzicht indienen, mocht de subsidieontvanger zelf een afrekening op werkelijk gemaakte subsidiabele kosten wensen.
2. De subsidieontvanger dient binnen vier weken na dagtekening van het besluit van het college het in lid 1 genoemde overzicht in.
3. Het college besluit binnen vier weken op welk bedrag de subsidie wordt afgerekend.
4. Indien het college op basis van de in lid 2 genoemde overzichten nadere informatie wenst, verstrekt de subsidieontvanger deze zo spoedig mogelijk, uiterlijk binnen drie weken na dagtekening van het verzoek om nadere informatie. De in lid 3 genoemde afhandelingstermijn wordt opgeschort tot ontvangst van de gevraagde informatie dan wel het verstrijken van die termijn van drie weken.
Artikel 5.