Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Trends in de winkelmarkt

Onderdeel van Detailhandelsvisie en centrumvisie Eersel

Van groei naar verdringing Het consumentengedrag wijzigt, mede als gevolg van de opkomst van internet, smartphones en andere technologische innovaties. Dit heeft gevolgen voor het functioneren van fysieke winkels en winkelgebieden. Waar tot voor kort sprake was van een steeds maar groeiend aanbod vindt in toenemende mate verdringing plaats. Behalve wijzigend consumentengedrag zijn er ook andere autonome trends die effecten hebben op de winkelstructuur in Nederland. In dit hoofdstuk worden deze landelijke trends in de detailhandel en de gevolgen daarvan voor de winkelstructuur van Eersel beschreven. Balans tussen vraag en aanbod is verstoord Het totale winkeloppervlak in Nederland is tussen 2003 en 2013 met ± 16% gegroeid tot circa 28 mln m² wvo, vooral in de periferie. Daarbovenop staat circa 3,2 mln m² wvo leeg (ruim 10%). Doordat de omvang van het winkelaanbod sneller groeide dan de bevolking (± 4%) is het aantal m² winkel per inwoner in tien jaar tijd met circa 12% toegenomen. Doordat ook de bestedingen per hoofd van de bevolking in winkels beperkt groeide, is de omzet per m² in de afgelopen tien jaar gedaald met ruim 7%. Dit leidt tot verdringing: kleinere en zwakkere spelers worden verdrongen door grote spelers met meer inkoopkracht, schaalvoordelen en financiële armslag. Schaalvergroting blijft doorzetten Een belangrijke trend in de detailhandel is schaalvergroting, in winkelvloeroppervlak en door filialisering en langere openingstijden. Schaalvergroting is een belangrijke strategie om te overleven in de verdringingsmarkt. De omvang van de gemiddelde winkel groeide tussen 2003 en 2013 van 224 naar 277 m² wvo: nieuwe winkelruimte is gemiddeld groter, en kleine winkels verdwijnen vaker. Het aandeel filiaalbedrijven nam toe van 26% in 2003 tot 37% in 2013. Ook in de supermarktbranche is de schaalvergroting duidelijk zichtbaar. Om aan de toenemende wensen van consumenten te kunnen voldoen (ruim assortiment, gemak, comfort) hebben supermarkten een steeds groter oppervlak nodig. Supermarkten worden dan ook gemiddeld steeds groter. Het aantal kleinschalige supermarkten (<800 m² wvo) is de afgelopen jaren fors afgenomen. Het aantal supermarkten met een omvang tussen de 1.200 en 1.600 m² wvo is juist gegroeid (HBD (2013), Feiten & cijfers supermarkten). Door de schaalvergroting worden verzorgingsgebieden ook steeds groter en blijven per saldo minder supermarkten over. Winkelvloeroppervlak in Nederland fors toegenomen Balans tussen vraag en aanbod verstoord Ontwikkeling aantal supermarkten naar omvang Opschaling van de winkelstructuur In de winkelstructuur als geheel vindt ook schaalvergroting (opschaling) plaats: door het groeiende aanbod is de concurrentie tussen winkelcentra groot. Kleine centra staan onder druk, grotere centra werden de afgelopen jaren groter ten koste van kleinere centra. Deze ontwikkelingen zetten naar verwachting de komende jaren door. Ook in de omgeving van Eersel is deze ontwikkeling zichtbaar. De grootste winkelgebieden van de regio (o.a. binnenstad Eindhoven en Meubelplein Ekkersrijt) zijn de afgelopen jaren behoorlijk uitgebreid en hebben daarmee hun regionale positie verder versterkt, terwijl de kleinere centra onder toenemende druk staan. Vergrijzing bij consumenten en winkeliers Consumenten besteden minder als gevolg van de economische recessie. Daarnaast hebben ook vergrijzing en ontgroening een nadelig effect op de omzet: ouderen besteden gemiddeld minder in winkels dan personen in de leeftijdsgroepen tussen de 20 en 65 jaar (gezinsvorming, carrière, groter wonen, etc.). Dit heeft vooral gevolgen voor bestedingen in de niet-dagelijkse sector. Ook aan de aanbodzijde heeft de vergrijzing grote gevolgen. In 2010 was circa 35% van de zelfstandige mkb-ers reeds ouder dan 50 jaar. Een groot deel van de zelfstandige winkeliers (babyboomgeneratie) gaat de komende jaren met pensioen. Het aantal ondernemers dat een bedrijf wil of kan overnemen is beperkt door het ongunstige toekomstperspectief. Dit betekent dat veel winkelruimte de komende jaren vrijkomt zonder opvolging of nieuwe invulling. Marktaandeel internet blijft toenemen Bestedingen per m² nemen niet alleen af, er vindt ook een verschuiving plaats van bestedingen naar webwinkels. Het marktaandeel van internetaankopen in de totale detailhandelsbestedingen in Nederland groeide van minder dan 1% in 2002 naar bijna 6% in 2012. In de non-foodsector heeft internet inmiddels een marktaandeel van 11%. Naar verwachting zal het marktaandeel van internet verder toenemen. Hoe groot het marktaandeel van internet wordt, is moeilijk te voorspellen. Beschikbare prognoses lopen sterk uiteen. Dit hangt onder meer af van (nieuwe) technologische ontwikkelingen en de mate waarin nieuwe branches erin slagen zich aan te passen aan de online markt. Op basis van prognoses lijkt een marktaandeel van 10 tot 15% in de totale detailhandel in 2020 minimaal realistisch. Gewijzigde vestigingsstrategie winkelformules Uit recent onderzoek (DTNP (2012), Onderzoek vestigingsstrategie toonaangevende winkelformules) blijkt dat winkelformules hun vestigingsstrategie de komende jaren gaan wijzigen. Winkelketens concentreren zich niet langer op expansie. In toenemende mate focussen zij op een beperkter aantal locaties in grote centra en verzorgingsgebieden. Daar wordt geïnvesteerd in uitbreiding en nieuwe concepten. Op overige locaties wordt nauwelijks nog geïnvesteerd, steeds vaker worden vestigingen gesloten. Ook worden hele winkelformules van de markt verdrongen (faillissementen). Minder behoefte aan fysieke winkels De gevolgen van de ontwikkelingen zijn groot in de winkelmarkt. De groei van internet en demografische ontwikkelingen (o.a. vergrijzing, stagnatie van groei/krimp) leiden tot een afnemende behoefte aan fysieke winkels. Formules met een groot oppervlak en/of veel vestigingen verdringen kleinschalige spelers. Naar verwachting zal het winkelaanbod hierdoor de komende jaren afnemen, met structurele leegstand tot gevolg. Landelijk bedraagt de gemiddelde leegstand al 9,8%. Marktaandeel internet zal nog verder toenemen Behoefte aan fysieke winkels neemt af Verschillen per winkelgebied De ontwikkelingen in de winkelmarkt hebben verschillende gevolgen per type winkelgedrag en type winkelgebied. Per saldo zullen winkels op goede locaties winkels op zwakke locaties verdringen. Dit betekent bedreigingen (toename leegstand) voor het ene winkel-/ deelgebied, en kansen voor het andere. Kansrijke gebieden: beleving en boodschappen Grote hoofdcentra (binnensteden) hebben een sterke uitgangspositie door het grote aanbod. Zij kunnen zich met sfeer en beleving blijven onderscheiden van internet, doordat dit soort centra zich niet alleen richten op ‘kopen’ als bezoekmotief, maar ook op het verblijven. ‘Een dagje naar de stad’ en je daar vermaken is een belangrijker motief voor de consument dan het kopen van producten. Ook boodschappencentra blijven naar verwachting kansrijk, mits het aanbod compleet is en keuze biedt in de nabijheid van de consument (gemak). De Nederlandse consument blijft naar verwachting voor de dagelijkse boodschappen nog sterk georiënteerd op fysieke winkels. Consumenten willen hun eigen versproducten kunnen uitzoeken. Bovendien kost het weinig moeite voor de gemiddelde consument om in fysieke winkels de dagelijkse boodschappen te doen, omdat de toegankelijkheid tot boodschappenwinkels in Nederland heel goed is (de meeste mensen wonen binnen een straal van één kilometer van een supermarkt). Kwetsbare gebieden: kleinschalig en ‘run’ Kwetsbaar zijn centra die te klein zijn (buurt- en kleine dorpscentra) en/of centra met weinig onderscheidend vermogen (middelgrote centrumgebieden). Uit recent onderzoek van DTNP blijkt dat veel landelijke winkelformules niet meer investeren (vestigen, uitbreiden) in dit type centra. Op termijn zullen hier formules gaan verdwijnen. Ook kwetsbaar zijn centra die zich specifiek richten op prijs en ‘run’ (grootschalige locaties in de periferie). Deze functie is door internet overgenomen (meest makkelijke en goedkope aankooplocatie). Gevolgen trends voor detailhandelsbeleid De enorme groei van het winkelaanbod van de afgelopen decennia is voorbij. Dit betekent echter niet dat nergens meer uitbreidingsmogelijkheden bestaan. Wel zijn keuzes in de (gewenste) winkelstructuur noodzakelijk. Het is verstandig om (in een verdringingsmarkt) alleen nog op locaties in te zetten die een bijdrage leveren aan de kwalitatieve versterking van de detailhandelsstructuur als geheel en aan een zo compleet mogelijk voorzieningenaanbod voor inwoners. Ook in Eersel is het verstandig om duidelijke keuzes te maken over de locaties waar in de toekomst nog ingezet zal worden op behoud en (waar mogelijk) versterking van detailhandel. Bij voorkeur wordt ingezet op locaties die de beste kansen hebben en de grootste bijdrage leveren aan een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente.

Rechtspraak bij dit artikel